Reisverslag Indonesië – wereldreis week #10

Dubbele cijfers; week 10! Wat gaat het hard. De week van verlaten bountystranden en van Fynn eet ineens rijst. De week van twijfel over onze volgende bestemming en van de oversteek terug naar Bali. We belanden in Ubud. Onze homestay is in het centrum en Fynn heeft natuurlijk al snel de auto’s van de kids des huizes gevonden. We blijven er uiteindelijk vier nachten. En dan? Lees gauw verder, want die knoop hebben we doorgehakt.

Maandag – Slow travel op Gili Meno

We nemen de boot naar het eilandje dat we al een paar dagen aan de overkant zien liggen: Gili Meno. De middelste en meest rustige van de drie Gili eilanden, in een kwartiertje varen we er naar toe. Ook hier geen steiger bij aankomst, je staat zo met je voeten in het heldere water. Met een paardenkar rijden we naar de andere kant van het eiland, hier is ons bungalowtje voor de komende twee nachten. Zo’n honderd meter bij de zee vandaan, met een privéstrandje erbij. Het resort is eigenlijk boven ons budget maar we mogen ook wel eens een beetje luxe. Dus we slapen op stand en ontbijten voor de verandering met koffie zonder drap. Maar de rest van de dag zitten we bij de ‘buren’. Naast ons resort zit een accommodatie van een lokale familie. Met een eigen terras, loungeplekken en een eigen warung pal aan het koraalstrand. De moeder des huizes zorgt hier de komende twee dagen goed voor ons. En Henk heeft geregeld dat we gratis snorkelsets mogen lenen als we hier ook lunchen en dineren. Het eten is er spotgoedkoop, dus ons hoor je niet meer. En Fynn ook niet. De reden lees je dadelijk. Iets met een auto ofzo. Rustig is dit eilandje zeker, we zien maar een handje vol reizigers die met ons de oversteek gemaakt hebben. Waar die dan allemaal gebleven zijn? In ieder geval niet aan “ons” strand.

Dinsdag – obsessie voor auto’s en schildpadden strand

We denken dat Fynn een obsessie voor auto’s heeft. Nou, eigenlijk staat dat al wel vast. Het is niet te geloven hoe snel hij ergens een speelgoedauto gespot heeft. Hier op het strand kan hij ook z’n geluk niet op: de jongste zoon van de familie heeft een loopauto, met politie zwaailichten. Zeg maar gerust ‘had’ want vanaf het eerste moment dat Fynn ‘m zag (bij aankomst al vanuit de paard en wagen) is de auto van Fynn. Hij sleurt ermee door het zand. Niet dat hij veel vooruitgang boekt maar dat maakt hem niets uit. Hij is er uren zoet mee. Afscheid nemen van de auto is elke weer een drama. Henk haalt het ondertussen in z’n hoofd te gaan hardlopen en komt half kotsend terug. Toch niet zo’n goed idee wanneer het snikkie heet is en je pal in de zon loopt. Hij is wel in een half uur het hele eiland rond. En ik? Ik duik nog een keer het water in op zoek naar schildpadden. De schildpadden-gespot-stand is momenteel 6 -1. Ik heb dus nog wat in te halen. Als ik weer boven kom is de zon al bijna onder en kan ik met trots zeggen dat de eindstand 6 – 3 geworden is. Oké, nog steeds iets meer voor Henk maar toch zeer tevreden.

Woensdag – What’s next?

Al zou je hier wat willen doen, dan kan dat niet. Het is verplicht niksen. En dus maken we plannen voor hoe nou verder. Lekker vanaf ons strandbedje. Fynn weer bij z’n loopauto. De Gili’s zijn wel erg relaxed en ik moet toegeven dat ik aan dit leventje best kan wennen. Maar het klokje tikt en we hebben nog “maar” drie weken voor Indonesië. Wat willen we nog? Twijfel. Ook nog naar Gili Air? Lombok? Terug naar Bali? Flores? Als we Lombok doen dan is dat vooral voor de vulkaan en laat nou net de Rinjani vulkaan, en dan met name de tweedaagse trekking, wat te veel van het goede zijn met Fynn. Op internet lezen we verhalen over een loodzware en vermoeiende klim, zelfs voor geoefende hikers, die midden in de nacht begint. Dus dat plan valt af. En eigenlijk willen we ook wel weer wat doen, dus ook Gili Air wordt van het lijstje geschrapt. We besluiten eerst terug naar Bali te gaan en dan via Ubud naar Sanur te reizen. Sanur ligt naast Denpasar en daar vandaan vliegen we vervolgens naar Flores. Flores heeft ook een mooie vulkaan en vandaar uit kan je gemakkelijk een dagtrip naar Komodo boeken. Dat staat ook nog hoog op ons lijstje. Dus dat wordt het plan. Het ticket is inmiddels geboekt, we kunnen niet meer terug. Volgende week gaan we op zoek naar de komodovaraan. Onwijs zin in!

Vandaag varen we dus aan het eind van de middag terug naar Gili Trawangan en slapen hier nog een nachtje. Hier vandaan vertrekt morgenochtend de fastboat naar Padangbai op Bali, vlakbij Ubud. Onze eerstvolgende stop. Ons Gili avontuur sluiten we af met pizza aan het strand, voetjes in het zand. Proost!

In 15 minuten zijn we aan de overkant

Donderdag – Soep met een rietje

We doen rustig aan, de boot gaat pas om half 12. We ploffen met onze backpack op het strand en wachten op een omroepbericht. Het is vanaf hier heerlijk mensen kijken, de een slaapt z’n roes uit, de ander heeft niet door dat ze er half naakt bij loopt (of misschien wel), er stort ergens een telefoon in de zee tijdens een elegante instap op de boot en daar tussendoor de locals die met verkoopwaar de oversteek tussen Lombok en Gili Trawangan maken. De boot vaart in vijf kwartier naar Bali, ook nu weer een rustige zee. Gelukkig! Fynn valt voor de verandering weer in slaap en zo zetten we weer voet op Balinese bodem. De transfer naar Ubud is bij de prijs inbegrepen, nog een stukje rijden en het laatste stukje lopen we. We hebben weer een prima plekje uitgekozen, middenin Ubud maar toch in een rustig steegje en natuurlijk met zwembad. Straatjes met toeristische winkeltjes vol souvenirs, harembroeken, zomerjurkjes en tassen in de buurt. Lekker struinen over de souvenirmarkt. Ook genoeg restaurantjes om uit te kiezen. Genoeg vega ook, ik ben blij. Fynn wil pompoensoep, het laatste beetje mag door een rietje. Soep met een rietje haha, die kom is zo leeg! We klagen sowieso niet meer over het eten. Hij (vr)eet ineens alles wat hij krijgt voorgeschoteld! Rijst, papaya, ananas, tempé. Joepie.

Vrijdag – Aapjes kijken

Monkey forest, daar moet je geweest zijn als je in Ubud bent. Dus daar gaan we. Beetje apenheul van vroeger gehalte, toen er nog gevoerd mocht worden. Met apenootjes. Hier koop je een tros bananen en dan moet je opschieten voor je fotomoment, want ze hebben de bananen zo te pakken. Wij laten die toeren maar aan anderen over. Fynn vindt het al eng genoeg, die aapjes komen wel heel dichtbij. En zo lief zijn ze echt allemaal niet… Toch is een bezoek zeker de moeite. In het bos vind je een mooi stukje groen met watervalletjes, houten loopbruggen en eeuwenoude bomen. En er staan een aantal mooie tempels. We vermaken ons er prima. Al wil Fynn het na een tijdje alleen nog vanaf mama’s schouder bekijken. Als Fynn ’s middags slaapt en waarschijnlijk nog droomt over apen kan ik ’t niet laten even langs alle shops te wandelen. Op zoek naar een nieuwe bikini. Henk is gister al op pad geweest en heeft zichzelf getrakteerd op nieuwe Havaianas. Die goedkope slippers uit Sri Lanka konden echt niet meer.

 

 

 

 

 

 

 

 

Zaterdag – erop uit!

Eigenlijk willen we fietsen, dat is zo leuk langs de rijstvelden en rondom Ubud. We willen alleen niet met een tourtje mee. Daar zitten ook weer stops bij die van ons dan weer niet zo nodig hoeven en je bent vaak de hele dag op pad. Die combinatie blijkt lastig. Er is geen losse fiets te huur, alleen brommers. Het is of een tourtje met goede fietsen en een kinderzitje achterop, of niet fietsen. Wel kunnen we een heel goede deal sluiten met de vrouw van de wasserette. Die organiseert namelijk ook ritjes met chauffeur. Voor iets meer dan € 20,- euro gaan we uiteindelijk met haar broer mee op pad. Hij rijdt ons de hele ochtend rond. Eerst naar de Tegenungan waterval en vervolgens langs de bekende rijstvelden. Over de binnendoor weggetjes, want dat is het leukst. Rondom Ubud vind je allerlei winkeltjes met handwerken. Grootse (en heel kleine) beelden van hout en steen, meubels, veel gehaakte dingetjes en schilderijen. Hoe krijg je dat thuis vragen wij ons af. Waarschijnlijk betaal je nogmaals de aankoopprijs voor het verschepen van je aanwinsten. Ik zou best zo’n kastje van botenhout willen hebben. Helaas, we zijn op wereldreis. Onze chauffeur spreekt goed Engels. Hij is geen gids vertelt hij, daar is een speciale vergunning voor nodig. Maar zolang we in de auto zitten kan hij al onze vragen beantwoorden. Zo werkt dat dus. Watervallen en rijstvelden vervelen op de een of andere manier niet. We vermaken ons weer prima en zijn zelfs getuige van een bruidsfotoshoot midden in het rijstveld. Die middag lees ik lekker m’n boek uit en Henk gaat op zoek naar een kapper. Ook dat is geen probleem in Ubud. Naast de vele spa’s en massagesalons hebben ze ook echte kappers.

Zondag – moederdag

Fynn begrijpt nog niet zo goed dat je je moeder op moederdag moet laten uitslapen ( 😉 ) en staat in alle vroegte naast ons bed. Hij wil erbij. De dag begint dus vroeg. Ontbijt op bed is ook geen optie maar wel aan onze eigen “keukentafel” met natuurlijk een lief kaartje. Omdat mama de hele dag achter Fynn aanrent mag ze haar voetjes (en handen) nu eens even lekker laten verwennen. Om half 11 wordt ik verwacht voor een uitgebreide hand- en voetbehandeling. Dit zou ik thuis ook gewoon eens moeten doen. Ik heb echt bijna twee uur tijd voor mezelf. Boekje lezen, beetje kletsen zoals bij de kapper en ondertussen glanzende handen en voeten. Als ik terugkom liggen papa en Fynn in het zwembad, die hebben me dus niet echt gemist. En als ik ’s middags dan ook nog slaag voor m’n bikini, kan mijn moederdag niet meer stuk.

We hebben vandaag overigens extra bijgeboekt. Vandaag kom je Ubud namelijk niet in of uit. Een lid van de koninklijke familie is overleden en wordt vandaag gecremeerd. En dat gaat gepaard met flink wat toeters en bellen. De hele stad loopt er voor uit. Rijendik staan de toeschouwers te wachten voor de enorme rouwstoet. Henk zit middenin de rouwstoet als hij ’s middags wat boodschappen wil doen. Hij kijkt z’n ogen uit. Torenhoge praalwagens, gedragen op bamboestokken door wel tientallen mannen. Dat hele gevaarte, zo breed als de weg, komt in één keer in beweging en de dragers rennen zo hard ze kunnen vooruit, ondertussen gillend van adrenaline. En na 100 meter komt het gevaarte ineens tot stilstand en wisselen de dragers. Staat je auto er nog? Pech! Als deze mannen eenmaal gaan rennen en het gevaarte in beweging komt is er geen houden aan. Iedereen moet opzij springen en een auto die geen kant uit kan blijft met een kras van voor tot achter en zonder spiegels staan. Zo gaat het de straten door, op weg naar de heilige tempel voor het laatste afscheid. Vergezeld door een hoop muziek, zang en dans, gepaard met een hoop kabaal. Telefoon en elektriciteitskabels boven de weg zijn voor deze gelegenheid verwijderd. Dat verklaart ook waarom wij gister geregeld zonder stroom zaten. Bijzonder om dat een keer te zien. Helaas had hij geen camera mee, maar google gerust eens op ‘Royal cremation ceremony Ubud‘. Er staan genoeg filmpjes hiervan op You Tube.

Morgen reizen we voor nog geen € 10,- euro met de shuttlebus naar Sanur, aan de kust. Daar de komende week dus verslag van en natuurlijk vanaf Flores. We gaan op zoek naar de prehistorische draken…

Blijf ons volgen en deel onze avonturen

2 thoughts on “Reisverslag Indonesië – wereldreis week #10

  1. Sabrine Beantwoorden

    Wat is Indonesie toch mooi:) En goede keus dat jullie de Rinjani niet gedaan hebben. Dat wat echt pittig zonder rugzak al (die droeg peter haha) laat staan met draagzak en Fynn…. Heel veel plezier op Flores. Kijk uit naar jullie volgende verhaal.

  2. Lotte Beantwoorden

    Heerlijk verhaal weer, klinkt als relaxt weekje. Makkelijk en goedkoop vervoer, beetje shoppen, wat luxere acco’s en een tevreden, wereldreis-geacclimatiseerde Fynn ? Natuurlijk ook erg fijn voor jullie! Heerlijk ook dat je lekker verwend bent op Moederdag! Veel plezier nog op Sanur en alvast bij de draken 🙂

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *