Kleisoldaten en drumtorens in Xi’an

Het echte backpacken is begonnen. We houden een taxi aan en daar gaan we. Het treinstation is bekend terrein en we hebben onze ‘waitingroom’ zo gevonden. We zijn niet de enige. Ik denk dat er honderden Chinezen samen met ons aan het wachten zijn. Zittend, staand, hangend en slapend op al die tassen die ook die trein in moeten.

We delen onze coupe met opa, oma en hun kleindochter. Dat denken we tenminste, want ze spreken geen woord Engels. Gelukkig geen gerochel in de coupe, alleen het gesnurk van oma is ’s nachts hoorbaar (en natuurlijk en hoop gedeng gedeng van de trein zelf).

Daar staan we dan, een beetje zoekend op het treinstation van Xi’an. Niemand met een bordje met onze naam, we moeten zelf op zoek naar vervoer. De eerste taxichauffeurs die we aanhouden slaan ons verzoek af of vragen 40 tot 60 yuan (zo’n 5 tot 7 euro). Dat doen we natuurlijk niet, we blijven toch Nederlanders. In de mail van het hostel dat we van de week geboekt hebben staat dat er ook een bus rijdt (slechts 2 yuan, 22 euro cent). Op zoek naar die bus dus! Waar we eruit moeten geen idee, maar de buschauffeur zwaait wild met z’n armen.. daar dus. Het hostel (Hantang inn) is gezellig, net als onze roomies. Beneden is een barretje en boven op het dak het dakterras. Top!

Xi’an staat natuurlijk bekend om het teracotta leger, maar is verder ook een gezellige provinciestad. Eerst maar eens op onderzoek uit. We wandelen naar de drumtoren en ineens staan we in een gezellige hutong. Het is een moslimwijkje met een heleboel kleine boetiekjes, eettentjes met dubieuze gerechten en andere winkeltjes. De slager (waar de schapen in z’n geheel aan een haak hangen en de uitgebeende delen op een hoop voor de deur) is naast een kledingwinkeltje.. hier kan dat allemaal.. later deze dagen ontdekten we trouwens ook een aantal gadgets waar de dierenbescherming vast geen weet van heeft: goudvisjes in een plastic sleutelhanger (levent dus) en kuikentjes met een kleurtje. Je koopt ze in het paars, oranje of in “natuurlijke” geel teint. wat je er vervolgens mee moet is me een raadsel. Gelukkig!

Terracottaleger in Xi'an

Kleisoldaten van het Terracottaleger

Uiteraard bezoeken we het terracottaleger, de rit er naar toe is een beleving op zich. Van ons Chinees kamergenootje hebben we de routebeschrijving gekregen. Bus in, bus uit, overstappen, bus in en weer uit. Klinkt best makkelijk.. eigenlijk is dat ’t ook, maar het is toch altijd even spannend, dat openbaar vervoer in een vreemd land. De bus stopt onderweg gewoon waar er iemand langs de weg staat te zwaaien en zo rijden we in een klein uurtje naar de terracotta soldaten. Een gigantisch park gebouwd om drie hallen met soldaten en hun paarden. De eerste 20 minuten is een wandeling langs alle souvenirwinkels. Bijzonder om in het echt te zien wat je uit boekjes kent. Erg indrukwekkend! We struinen door de hallen, immense afmetingen en nog niet alles is opgegraven en in kaart gebracht. Bizar! Zeker als je bedenkt dat de keizer van China dit leger liet maken om hem te beschermen in zijn volgende leven. Hij was namelijk als de dood voor de dood (dat is nog eens een mooie woordspeling). De bus terug hebben we zo gevonden, maar klein detail van de terugweg: de spits is begonnen. We zijn sardientjes in een blik en het hulpje van de buschauffeur rangschikt de mensen in het gangpad om zoveel mogelijk mensen in de bus te krijgen. We zijn gebroken als we terug zijn. Hard werken dat reizen van ons. Volgende stop in Chengdu: pandabeertjes knuffelen.

Ik maakte deze reis in 2012, toen ik 5 maanden op wereldreis was. Zonder kids, maar met backpack. Toch benieuwd naar de rest van mijn avonturen? Lees gerust ook mijn andere reisverslagen

Blijf ons volgen en deel onze avonturen

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *