Camperreis door Europa – week 12

Onze camperrondreis door Europa gaat door. We snuiven natuur op in Slovenië en blijven de buien voor. In Oostenrijk belanden we in het hoogseizoen en moeten we duidelijk even schakelen, maar het lukt. Ook Oostenrijk blijkt prachtig!

 

Vrijdag – met de stoeltjeslift naar grote hoogte

Vandaag schijnt de zon weer. Wat fijn! De kleding van gister is nog niet helemaal droog, de schoenen helemaal niet. Die zien eruit… Gelukkig hebben we allemaal een reservepaar. De tip die we kregen is om met de gondel omhoog te gaan hier, naar het dorpje Velika Planina. Dit plateau in de Kamnische Alpen is een van de mooiste alpenweides van Slovenië, een schitterend natuurgebied met herdersdorpen. De gondel kost hier waarschijnlijk een fractie van wat ze straks in Oostenrijk kosten. En dus vergeten we de waterval, na overleg met Fynn uiteraard, en gaan richting lift.

Onderaan de lift is ook een camping, mocht het nou laat worden dan kunnen we altijd hier een plekje zoeken. We informeren gelijk even naar de prijs. Dat raad je natuurlijk al, je betaalt een veelvoud van wat onze vorige nacht kostte. Ok, die was dan ook wel erg goedkoop met zijn 7 euro per nacht. Deze camping kost bijna 30 euro en is ook niet heel bijzonder, dat doen we dus niet.

Met de stoeltjeslift naar Velika Planina tijdens onze camperrondreis door Europa

Wel pakken we de gondel omhoog, in vijf minuten ploppen je oren en sta je boven. Daar kun je starten met de wandeling naar de alpenweide, maar je kunt het jezelf ook makkelijk maken en nog een stukje verder gaan door over te stappen op de stoeltjeslift. Regels rondom kinderen bestaan hier blijkbaar niet, Henk zet Robyn er met rugdrager en al in en ook Fynn mag gewoon mee. Ogen dicht, niet naar beneden kijken… We “vliegen” over de Milka koeien en zwaaien naar de wandelaars die wel te voet naar boven gaan. Wij genieten boven van het 360 graden uitzicht, inderdaad niks teveel gezegd.

We wandelen een heel stuk over de alpenweide, langs de houten herdershutten waar de koeien tussendoor grazen en we picknicken op een bankje bij de kerk. Een aantal van de hutten wordt nog bewoond door de herders zelf, ze verkopen er kaas en melk. In andere hutten kun je overnachten. Het is goed dat we op tijd omhoog gegaan zijn, want langzaam zien we de wolken weer komen. We snellen ons richting stoeltjeslift, tenslotte willen we nog een stuk rijden vandaag dus we moeten ook niet te laat beneden zijn. Als we de stoeltjeslift gehad hebben en we net hoog en droog in de gondel zijn overgestapt begint het te regenen en onweren. Man, je wordt niet blij als je nog in die stoeltjeslift zit nu. Henk haalt de camper op en wij kunnen er zo instappen. Wat een service!

Onze volgende stop is ook weer gebaseerd op een mooie foto op Instagram (mocht je ons nog niet volgen: Reismetkinderen). De mannen van Camptoo postten een foto van een schitterende weg met bergtoppen op de achtergrond. Let’s go there! Lang leve die vrijheid. De camping ligt daar een half uurtje vanaf, aan een riviertje en vlakbij een klein dorpje met pizzeria. Dus vanavond een makkelijke maaltijd: pizza! Bezorgd door pizzakoerier Henk, tot in de camper.

Overnachting: Kamp Smica in Luce (2 nachten)

Velika Planina met kinderen, Fynn geniet!

Zaterdag – Spierpijn, dat is zeker!

Op naar die besneeuwde bergtoppen. De sneeuw is echter al bijna overal gesmolten, maar het uitzicht is nog even mooi! De toeristische route loopt door Logarska Dolina ofwel de Logar vallei. Voor dit natuurpark betaal je entree maar dat is het dubbel en dwars waard. We parkeren de camper bij de parkeerplaats in de buurt van een mooie waterval. Het is druk hier maar we vinden voor ons bakbeest nog een plekje onder de bomen. Wandelschoenen aan en gaan.

Een korte klim brengt ons bij de bekendste waterval in dit park: de Rinka waterval, bijna 100 meter hoog… De druppels en wind die daar vanaf komen zijn een welkome verfrissing, want warm is het. En heerlijk zonnig. In een poging een mooie picknickplek te zoeken klauteren en klimmen we naar een onmogelijke plek. Steil! Nee, hier kunnen we niet picknicken. Laat staan dat Robyn hier de rugdrager even uit kan. Een betere plek blijkt onderaan de waterval, waar een stroompje water voor de nodige pret zorgt. Dammetje, bruggetje eroverheen. Fynn kan zo de hele middag zoet zijn.

Wandeling door Logarska Dolina

Maar natuurlijk willen wij verder! Omhoog, een klein stukje. Doe eens gek. Vanaf de waterval trekken veel wandelaars omhoog de bergen in. Wij nemen hetzelfde steile pad. Dat kleine stukje werd uiteindelijk een klim tot bijna 1400 meter. Het wordt even spannend als we over krakkemikkige bruggetjes en trappen omhoog moeten. Grote treden, ontbrekende leuning, dat werk. De mannen van de bouw zijn er al druk mee bezig om het te repareren, fantastische plek om te werken overigens. Wel een pittig klimmetje naar je werkplek iedere ochtend… Ook hier is Fynn helemaal in zijn element. We tappen water rechtstreeks uit de bergen, kouder kun je het niet krijgen onderweg. Tof dat dat gewoon kan. Flesje onder de waterval, klaar.

Even komen we op een kruising waarbij we twijfelen om terug te gaan. Geen idee waar we heen klimmen namelijk, hoe hoog zou de top nog zijn. We vragen het wat voorbijgangers, maar de antwoorden liggen behoorlijk uit elkaar. Tot er een vrouw zegt dat het nog een dik kwartier, misschien 20 minuten, lopen is tot aan de berghut. Je koopt er een simpele lunch, maar ook ijsjes en een koud biertje. Ok, we zijn om! We gaan door. Gelukkig gaat het pad vanaf dat punt ook redelijk snel het bos in en lopen we in de schaduw. Zo, die soep gaat er in zeg! Heerlijk. En dan beginnen we langzaam aan de afdaling. De mannen van de bouw zijn al naar huis.

Ons trouwe campertje staat nog netjes op ons te wachten. We rijden nog een klein stukje van de mooie weg en dan keren we terug naar onze simpele camping in Luce. Er is zelfs nog even tijd om in het riviertje te spelen.

Dit zijn nog eens plankenpaadjes...

Zondag – cultuurshock of eigenlijk gewoon hoogseizoen shock…

Met ieder land dat we echt afsluiten op onze weg terug naar huis stribbelen we een beetje tegen. Het betekent dat we dichterbij komen, dat we nog maar 2,5 week hebben. Vandaag rijden we Oostenrijk in, over een onwijs mooie bergpas weer. En toch komen we in een soort van cultuurshock. Het plan is om even lekker te picknicken aan een meer. Wat we dan alleen nog niet weten is dat deze meren hutje mutje vol staan met caravans en campers kont aan kont op drukke campings. En dat er geen fatsoenlijke parkeerplek is om je camper te parkeren voor die al lang niet meer zo romantische picknick.

Zo ziet Oostenrijk in het hoogseizoen eruit dus, althans hier bij de Klopeiner See. Even wennen dir drukte. We rijden door, maar Fynn heeft zijn zinnen gezet op een stop. Het wordt er niet gezelliger op. Wij chagrijnig van de drukte hier, Fynn chagrijnig omdat we doorrijden. Kan Oostenrijk dit nog goedmaken?

We vinden uiteindelijk een stopplek, aan een stuwmeer maar zonder lekker een lekkere ligweide of een strandje. Het doet iedereen wel even goed. En toch worden we ook wel een beetje zenuwachtig wat betreft de drukte op de campings waar we langs gereden zijn. Moeten we gaan reserveren? Dat hebben we al ruim 2,5 maand niet gedaan en willen we eigenlijk ook niet. En toch besluiten we even een belletje te wagen naar een kleine camping met Nederlandse eigenaar waar we onze zinnen op hebben gezet. De telefoon wordt beantwoord door Henk, dat kan geen toeval zijn. Er is nog plek en we zijn welkom. Gas erop en lekker naar de camping.

Het zijn plekken rondom een veldje, dat maakt het voor Fynn gelijk weer een makkie om vriendjes te maken. Een Nederlandse eigenaar betekent ook vaak veel Nederlandse kampeerders, dat is hier niet anders. Lekker spelen dus. Achter de camping is een zwemvijver, je zwemt er letterlijk tussen de grote vissen en kleine slangetjes. Fynn is er niet van onder de indruk en duikt er nog even in met Henk. Morgen zoeken we de bergen weer op.

Overnachting: Camping Hirschegg in Hirschegg (2 nachten)

Maandag – Wasje, schatten en klauterpad

De bergen in dus, maar eerst een was. Ik moet zeggen dat het aantal wasjes me heel erg meevalt. Als je langer op reis bent doe je ineens niet meer zo moeilijk over drie dagen hetzelfde shirt. We kunnen de was hier binnen drogen en dat is fijn, want het weer heeft er even minder zin in. Als de was hangt en Robyn wakker is gaan we op pad. Via een smalle weg die overgaat in een gravelweg rijden we naar ruim 1500 meter hoogte in skigebied Salzstiegl. Hier begint onze tocht. We parkeren de camper bij een van de berghutten. Dan weten we waarvoor we het doen als we straks hongerig terugkomen. Robyn wordt weer in de voor haar inmiddels zo vertrouwde rugdrager getild en dan kunnen we op pad.

Het eerste stuk is wat saai, ik moet zelfs een speurtocht naar “schatten” uit de hoge hoed toveren: een watermolentje, een paddenstoel rood met witte stippen, een bankje op een mooie plek met uitzicht. We speuren naar eekhoorntjes en hertjes, maar die zien we niet. Wel een heel grote mierenhoop. De dreigende buien hangen in de lucht, als dat maar goed gaat. We zijn de onweersbui van een aantal dagen geleden nog niet vergeten. Als we net lekker op pad zijn moet Fynn ook nog ineens poepen, dat moet dus ook nog ergens in het bos. Nee, het eerste deel is niet perse een heel groot succes.

Onze camperrondreis door Europa brengt ons in Oostenrijk

Dan deel 2. Het echte werk. Klimmen. Ik moet zeggen dat deze klim ook echt behoorlijk is. Weer eentje in de categorie: die-volgende-top-is-vast-het-hoogste-punt. Maar nee, er zit nog een heuveltje achter, en nog een… Maar dan hebben we ‘m bereikt. De Rappold Kogel, 1928 meter hoog. Een groot kruis markeert de top, met weer een logboek waar we onze prestatie in kunnen vermelden. Trots op dat kleine mannetje hoor, hij doet het wel gewoon allemaal. We genieten van het uitzicht terwijl het in de verte dondert en donker wordt. Maar wij staan in de zon. We eten een reepje en herladen onze energie.

We moeten ook nog naar beneden natuurlijk. De terugweg is er eentje van een totaal ander niveau: we kiezen voor het rotspad. Rotspad? Dat moeten we dus heel letterlijk nemen. We staan aan het begin en vragen ons hardop af of dit serieus het pad is. We moeten echt klauteren en klimmen over rotspartijen. Alleen de rood met witte strepen geven de zekerheid dat we toch echt deze kant op moeten. Fynn herleeft: “dit is echt cool mam!”

De enige die er wel een beetje klaar mee is is Robyn. Ze zit alweer een paar uur in de rugrdarger en is het zat. Dus Henk klautert vooruit en Fynn en ik volgen in ons eigen tempo. Na de afdaling over de rotsen vliegen we als vliegtuigen en rijden we als treinen over het weiland naar beneden. Hij heeft ergens in z’n tenen toch nog wat energie achter gehouden blijkbaar… Des te lekkerder smaakt de appelsap en cappuccino beneden bij de hut. En we zijn ondanks de dreiging droog over. Terug naar de camping rijden we over kletsnatte wegen. Hier is die bui duidelijk wel gevallen. We hebben dus flinke mazzel gehad!

Camperrondreis door Europa: Klauteren in Oostenrijk

Als we de camping willen betalen en we nog even aan de praat raken met Henk de campingeigenaar blijkt dat deze camping te koop is. Zullen we? Nee, we doen het niet. We betalen keurig de camping en pakken ons boeltje weer in. Mocht je dus nog op zoek zijn  naar een camping in Oostenrijk? Deze is te koop.

Dinsdag – Kamperen op de draaimolen 🙂

Onze volgende stop is helemaal niet zo heel gek ver rijden. We hebben weer een Instagramstop gevonden in natuurpark Almenland. De Bärenschützklamm ziet eruit als een must-see op de foto’s. Een kloof met meer dan honderd houten bruggen, watervallen en plankenpaden. Dat klinkt goed toch. Altijd de vraag of de werkelijkheid net zo mooi is als de foto natuurlijk… Dat gaan we morgen zien. Voor vandaag is het een stukje rijden, boodschappen en dan lekker richting camping. De camping stelt weinig voor: de enige draaimolen die er staat hebben we voor het gemak maar toegeëigend. Er is namelijk maar één elektrapunt en om die te halen met onze 20 meter snoer kunnen we eigenlijk alleen direct naast het restaurant en de draaimolen staan. Makkelijker vriendjes maken kan bijna niet, ze komen gewoon naar je toe zo. 😉 Helaas geen Nederlandse kids, maar auto’s zijn universeel.

We spreken ook een Tsjechisch stel met een kleine van Robyn haar leeftijd. We krijgen alvast wat tips voor als we straks in Tsjechië zijn, alles netjes uitgeschreven. En zij tippen ons over een alternatief voor de wandeling die we eigenlijk voor ogen hadden. Want wat blijkt: de wandeling door de Bärenschützklamm is 1,5 uur lopen naar de start van het plankenpad. En dan flink klimmen over steile trappetjes. Totaal duurt die wandeling met kids zo’n vijf uur. Dat hadden we nog niet opgezocht. Fijn dat er altijd mensen zijn die net even iets betere voorbereidingen treffen… Het alternatief is voor jonge kids ook leuk: Kesselfallklamm.

Overnachting: camping Lanzmaierhof in Frohnleiten (2 nachten)

Woensdag – Zullen we toch gewoon…

En als je dan wakker wordt toch stiekem denken: zullen we niet gewoon die grote kloof lopen? Bang dat we wat missen ofzo. We houden ons in, het wordt de kleinere klamm, een half uur van de camping vandaan. Als we de camper geparkeerd en netjes de entree betaald (2,50 euro) hebben bij het restaurant kunnen we op pad. Langs de bijenkasten, waar je door middel van een luikje zelfs even binnen kunt kijken en langs ‘positive energy points’. Kijk, die kunnen we altijd gebruiken! De wandeling zelf is goed te doen, via wel 50 trappen en bruggetjes klimmen we de kloof door. Halverwege stroomt er ook nog een waterval naar beneden.

We zijn veel te snel bij het eindpunt volgens Fynn. Inderdaad, we zijn in een klein uurtje door de kloof heen. Het laatste stuk is door het bos, Fynn speurt wanhopig naar nog meer plankenpaadjes, maar er komt er geen meer. Wel is er bij de parkeerplaats weer een restaurant natuurlijk. Kunnen we mooi even wat drinken. Echte cappucinno smaakt toch beter dan de oploszakjes uit de camper. Maar we moeten wel weer even wennen aan deze prijzen. Man wat een geld voor een beetje koffie en melk! Lunchen doen we dan ook maar gewoon met een broodje in de camper.

Rondreis Europa: Kesselfallklamm

Doordat we er zo snel doorheen zijn hebben we de hele middag nog voor ons. Fynn is wel in voor nog een wandelingetje, we googlen wat en vinden nog wel een kleine wandeling van 1,5 uur, die ons zou moeten leiden naar de bron van de rivier de Raab, die zowel in Oostenrijk als Hongarije stroomt. Het is een gezinswandeling met de mooie naam Raabursprung Rundwanderweg. Bekt lekker toch? Onderweg wordt het verhaal verteld van een hert die op zoek gaat naar de druppel, die, hoe kan het ook anders, bij de bron van de rivier woont. Klinkt op papier leuk. Het is wel even zoeken naar de start, rijden een paar keer heen en weer, maar dan vinden we het juiste beginpunt en parkeren we de camper op een klein parkeerplekje. Het is hier uitgestorven, er staat geen enkele andere auto. Dat kan ook bijna niet, er is misschien nog ruimte voor een kleintje. Een huisje naast de parkeerplaats is ook verlaten.

De wandeling zelf stelt niet zo heel veel voor, maar we spotten wel een echt hertje en een eekhoorn. En we vinden de bron van de rivier waar we onze namen in het gastenboek mogen zetten. Als we terugkomen bij de camper is het inmiddels alweer bijna half 6. Mooie tijd, snel naar de camping en eten koken. Kunnen de kids er op tijd in en hebben wij wat aan onze avond. Henk haalt Robyn uit de rugdrager, maakt als eerste het bagageluik achterin open om deze gelijk op te ruimen. Hup, klep weer dicht. Ehm… Shit! De sleutel. Die zit in de rugdrager….

Henk heeft ons buiten gesloten, we kunnen de camper niet meer in. Alle raampjes zitten netjes dicht, het extra slot nog op de deur. En nu? Onze telefoons zijn toevallig ook bijna leeg en het is hier uitgestorven. We zijn de hele wandeling niemand tegen gekomen. Henk klimt eerst op het dak om te kijken of er niet toevallig een dakraampje op een een kier staat. Helaas. Wat nu. Ik wacht met kids bij de camper. Henk gaat op zoek naar de eerste de beste boerderij. We zijn er op de heenweg langsgereden, hier een paar honderd meter vandaan. Gelukkig, er is iemand thuis. Het oude mannetje dat op zijn balkon zit wil maar wat graag helpen, of eigenlijk zit hij gewoon een beetje om een praatje verlegen. Henk weet het enigszins af te kappen en komt terug met allerlei gereedschap uit de oude schuur: van schroevendraaier tot breekijzer.

Verbazingwekkend of eigenlijk zorgwekkend snel zijn we binnen. Het bagageluik is zo open door de twee sloten die erop zitten los te krikken. Heeft toch nog zo z’n voordelen, zo’n camper die hier en daar al wat gebreken vertoont. Deze sloten waren al aan vervanging toe en kunnen nu zeker op dat lijstje, maar ze werken nog wel. Het loopt dus met een sisser af, we rijden een half uurtje later alweer langs het huis van de beste man om alles terug te brengen. We bedanken vriendelijk voor de koffie die hij ons aanbiedt en toeren dan snel terug naar de camping.

Water! Altijd goed voor een middag pret.

Fynn zit voorin de camper om te voorkomen dat hij in slaap valt, we hebben ‘m liever vanavond vroeg in bed. Dat lukt! Robyn heeft er minder zin in, we lopen eindeloos rondjes met d’r in de buggy, maar slapen ho maar. Het wordt al donker buiten, onze avond is voorbij, als ze zich er eindelijk aan over geeft. Henk probeert ondertussen op z’n iPad Ajax te kijken met de matige WiFi hier. Zonder succes. Ze spelen tegen Sturm Graz in Graz, hier nog geen half uur vandaan! Had ie dat vooraf geweten…

Donderdag – 3x scheepsrecht, we blijven vier nachten

We draaien nog wat rondjes op de draaimolen. Slaan een lunch in en zijn dan eigenlijk al heel vroeg weer ‘on the road’. We hebben een camping op het oog in Bad Mitterndorf met Nederlandse eigenaren. Goede beoordelingen ook en een rustig dorpje midden in ruig, bergachtig gebied. Nog steeds in de deelstaat Stiermarken. Al rond het middaguur rijden we de camping op, maar voor het eerst deze reis krijgen we ‘sorry, fully booked’. Er zal voor ons toch nog wel een plekje zijn? Ok, dit moest er een keer van komen natuurlijk. We lopen toch even naar binnen en worden ontzettend vriendelijk geholpen. “Wij zitten vol, maar je wil met twee kids niet nog een half uur moeten zoeken in de buurt. Ik bel wel even wat campings voor jullie” En voor we het weten heeft ze de telefoon gepakt. Camping 1 is ook vol, camping 2 raad ze ons af vanwege de ligging aan een drukke weg, camping 3 is scheepsrecht. Er is nog een plek, we kunnen er in 20 minuten zijn. Wat fijn dit zeg!

We slingeren naar het kleine skidorp Altaussee, omringd door bergen en vlakbij een mooi meer, de Altausseer See. Als we ons melden bij de receptie treffen we een dichte deur en een briefje met de melding dat ze vol zitten en alleen voor reserveringen nog plek hebben. Onze naam staat alleen niet bij de reserveringen, maar we parkeren ‘m toch maar op een vrije plek, ondanks dat er staat dat je beslist niet zelf een plekje mag zoeken.

Meertjes en riviertjes zijn altijd goed

Beleefd als we zijn wachten we maar even met installeren tot er iemand terugkomt, maar we zien de rest van de middag niemand bij de receptie. Net als we besluiten dat we nog wel even naar het meer willen komt de eigenaresse aangewandeld. “Ik had toch gezegd dat jullie welkom waren, zoek maar een plekje”. OK… zo heet wordt de soep dus niet gegeten. We vinden dat we eigenlijk prima staan op deze plek en na het inchecken wandelen we naar het meer, slechts 600 meter vanaf de camping. Zwemweer is het niet echt, maar toch kunnen Henk en Fynn het niet laten.

We sluiten de middag af in de camper want boven de bergen verschijnen donkere wolken. Terwijl aan de andere kant de zon nog schijnt. Jullie raden het vast al, onze vriend de regenboog laat zich weer zien 🙂 Het levert een mooi plaatje op. Met de regen en onweer valt het gelukkig mee. Na een uurtje kunnen we alweer naar buiten. Morgen gaan we op onderzoek uit, met al deze bergen om ons heen moeten er vast ook mooie wandelingen te maken zijn.

Overnachting: Camping Temel in Altaussee (4 nachten)

Blijf ons volgen en deel onze avonturen

Berichtje achterlaten? Ja leuk!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *