Camperreis door Europa – week 10

Ik blijf het zeggen, het gaat zo hard! De week met dubbele cijfers alweer. We reizen van Albanië naar Montenegro en gaan de grens over naar Bosnië. Allemaal in dezelfde week… We gaan deze week voor het eerst wildkamperen en trakteren onszelf weer op wat pittige wandelingen. Wat zullen wij fit thuiskomen straks.

Vrijdag – Wildkamperen… Spannend!

Vrijdag de 13e, als dat maar goed gaat. We ontwaken in Albanië, zonder ontbijt. Henk loopt naar het kleine winkeltje voor een broodje. Er is alleen nog breekbrood dat we gister ook bij ons diner kregen. We krijgen het voor niets. Daarna zeggen we de eigenaar gedag, krijgen we nog een pak Albanese koekjes toegestopt en dan vervolgen we onze weg over deze fantastisch mooie route.

We slingeren een heel stuk langs de helder blauwe rivier, links en rechts omlijnd met bergen en rotspartijen. Soms hele stukken totaal kaal met alleen rotsen overal, andere stukken weer veel groener. Onderweg stoppen we een paar keer om even te genieten van dit mooie stukje natuur. We slingeren naar boven en na ontelbaar veel haarspeldbochten staan we uiteindelijk bovenop een berg. Hier is een speciaal uitzichtpunt gebouwd. We werpen een laatste blik op Albanië, we gaan weer richting Montenegro. De grensovergang is heerlijk basic en verloopt gelukkig soepel en snel. Het plan is om hoog te blijven, om de grote hitte te vermijden en dus niet naar de kust te gaan. Cetinje, daar moeten we heen. Het stadje ligt vlakbij Nationaal Park Lovcen en er is vast een camping in de buurt, ondanks dat onze camperapp er geen een in de buurt aangeeft.

We slingeren omhoog door de bergen

We rijden en rijden… geen camping of iets wat daar op lijkt. Ik begin het toch een beetje benauwd te krijgen, het is nou ook weer niet zo dat we pas een uurtje onderweg zijn en nog wel even door kunnen rijden. De weg wordt ook steeds steiler en smaller. Henk blijft optimistisch: dan kijken we toch gewoon of we ‘m bij een hotel of restaurant neer kunnen zetten? Ja dat is waar, dat is dan weer het voordeel van een camper. Je hebt gewoon je huis bij je. En ineens zijn we dan in het nationale park. En nu?

We gaan even informeren bij een hotel aan de weg. Ja hoor, we mogen daar in principe gewoon staan. Wildkamperen is in Montenegro blijkbaar toegestaan. We kunnen ook nog 200 meter verder rijden, daar is het informatiecentrum van het nationale park, misschien hebben zij nog een andere tip. En dus rijden we die 200 meter verder. We staan midden in het bos en mogen van de aardige dame van het infocentrum gewoon blijven staan. Nu zijn er nog andere mensen aan het picknicken en BBQ-en maar die gaan zo naar huis. Dan staan we alleen, best een beetje spannend! Geen stroom, water mogen we uit de tuinslang naast het informatiecentrum halen (rechtstreeks uit de bergen).

En de dame tipt: Even verderop zit een restaurant met de lekkerste pizza’s. Dat dan weer wel. Klinkt goed in ieder geval! En van die aardige dame van het infocentrum krijgen we ook het wifi paswoord. Wat een service!

Als bijna iedereen de parkeerplek verlaten heeft, de dame van de infobalie van haar weekend gaat genieten, komt de ranger nog wel even vangen. Twee euro per persoon graag, voor de entree van het park. En dat is dus waar wij vanavond voor staan: voor vier euro, op een schitterende plek, midden in de natuur. Henk gaat de pizza’s halen en treft daar stomtoevallig ook nog eens de meiden van de Belgische scouting. Ze staan een stukje verder in het park met hun tentjes op een veld. Hoe leuk is dat? Natuurlijk komen ze Fynn verrassen. Die weet niet wat hij ziet en glundert van oor tot oor.

Overnachting: bij het infocentrum middenin Lovcen National Park

Zaterdag – Aardbeitjes en de baai van Kotor

We hebben best aardig geslapen, toch een beetje spannend zo’n eerste keer wildkamperen. ’s Morgens worden we wakker van het getik van een specht in de boom boven ons. Als we dan toch op zo’n mooie plek wakker worden dan moeten we ook wel wat van de omgeving zien natuurlijk. Om 9 uur staan we al paraat met onze wandelschoenen. We wandelen de Wolf trail, een 7km lange wandelroute met uitzichten over het Lovcengebergte maar ook op de in het dal gelegen baai van Kotor.

We zouden er twee uur over moeten doen werd ons verteld, maar na 10 minuten staan we alweer stil om wilde aardbeien te plukken. Heerlijk zoet! Dat stoppen doen we vervolgens om de 10 meter, want we zien iedere keer mooiere. We hadden geen mueslireepje hoeven meenemen, de natuur zorgt voor ons vandaag. Langzaam komen de wolken de berg overdrijven en wordt het mistig, maar die uitzichten hebben we dan al mooi gezien. Drie uur later zijn we weer terug bij de camper.

We wandelen heel wat af!

We besluiten toch nog maar een stuk door te rijden, we hebben hier geen stroom en de koelkast schakelt blijkbaar niet automatisch over op de accu. Dat doet hij alleen als we rijden zo blijkt na het zien van de zak verse spinazie. Het is een grote zak met derrie geworden. Jek!

We rijden door tot aan Morinje, vlakbij de baai van Kotor die we vanmorgen vanuit de bergen al hebben zien liggen. We slingeren weer helemaal naar beneden en komen onderweg langs de populaire kustplaats Budva en daarna door Kotor zelf. Het uitzicht van boven op de kustlijn is prachtig, maar Budva zelf is het Costa del Sol van Montenegro: ligbedjes paradise, waar de toeristen met opblaasbanden en alles dat drijven kan over straat gaan. Wat een contrast met waar we vandaan komen zeg. We zijn blij dat we er snel (nou ja, snel…) doorheen kunnen rijden. Ook Kotor zelf is erg toeristisch maar niet zo extreem als Budva. Onze camping is weer heerlijk klein, aan een ijskoud riviertje en op 60 meter van het strand. Dat laatste is ook echt de plek waar je zijn wilt, want de temperatuur ligt hier weer flink hoger.

Overnachting: camping Naluka, Morinj (2 nachten)

Zondag – Chilldag aan het strand

Nou vooruit, een dagje rust. Soms willen we eigenlijk wel weer door maar weten we alletwee dat het beter is voor iedereen om even een moment rust in te bouwen. We geven ons over aan een dagje strand. Niksen, verslag bijwerken, ouwehoeren met de Nederlandse buren die ook al langere tijd aan het camperen zijn. Toch opvallend hoeveel stellen met kids dat doen. Vaak komen ze trouwens wel uit een (de) grote stad. Of is dat toeval?

We kiezen er ook heel bewust voor om niet nog een van de stadjes in te gaan. Je treft er vast een heel schattig oud centrum met smalle straatjes, maar wat ons betreft is het daar te warm voor. Strand dus vandaag en ijs want dat hoort erbij en zo houden we Fynn tevreden.

Fynn wil aan het eind van de middag nog wel even actief doen. Hij heeft een kano zien liggen op de camping en wil nog even het water op. Van de aardige campingeigenaar mogen we de kano even lenen en zo drijven de boys heerlijk op het koude riviertje, zo richting de zee. En Robyn, die hobbelt weer lekker de hele dag met ons mee, vrolijk als ze (meestal) is. Ze heeft aardig haar draai gevonden en zit in een goed ritme wat eten en slapen betreft. Vooral met dat slapen zijn wij erg blij. Maar ze krijgt ook echt een eigen willetje. Ze weet heel goed wat ze wil en als het haar niet zint begint ze te gillen. En lopen? Nog steeds (al twee maanden bijna) aan één hand of vinger maar ze weigert vooralsnog zelf te staan of te lopen. Dan gaat ze zitten.

Dagje strand in Morinj, Montenegro

Maandag – Vergane glorie aan het meer

Ben je in de bergen dan heb je best zin in wat meer warmte, maar na twee dagen hier in de hitte willen we met gierende banden de bergen weer in! We gaan weer een stuk noordwaarts en rijden deels dezelfde weg als toen we voor het eerst Montenegro in kwamen. Nu weten we dat we dus de navigatie ietwat kunnen negeren omdat we anders weer door al die dorpjes gestuurd worden. We volgen gewoon de borden. Ouderwets op de borden rijden, best goed te doen. We komen op de mooiste plekjes!

Onderweg wordt het al frisser, er valt zelfs een spat regen. Dat belooft weer een heerlijk nachtje onder ons dekbed te worden. We rijden helemaal tot aan Durmitor NP, maar slapen nu aan de andere kant van de bergen. In het dorpje Pluzine, bij het azuurblauwe Piva Lake. Man, wat zouden ze hier meer van kunnen maken zeg. Het dorpje, dat aan het meer ligt, is vergane glorie. De dame van de tourist information (dat dan wel) heeft geen idee of er campings zijn aan het meer. We kunnen het eens proberen bij een van de hotels is het advies. We hadden op onze navigatie al iets gezien wat op een camping lijkt dus karren we op eigen houtje naar beneden richting meer. Het eerste “Kamp” is verlaten en hier kunnen we onmogelijk onze camper stallen. Omkeren dus, want verder loopt het dood.

We rijden verder naar beneden over een onverharde weg. Er staan opnieuw twee houten borden, zo’n honderd meter uit elkaar, in wisselend formaat. Met verf is er in koeienletters “Kamp” op gekladderd, op beide planken een verschillend ‘lettertype’. We zien verspreid wat bungalows staan. En een paar grasvelden. Wat moeten we hiermee. We rijden een hobbelig grasveld op. Een ietwat onverzorgd mannetje komt ons snel tegemoet. Er staat geen enkele andere camper. Het oogt alsof de beste man bij zijn bungalows nog wat land over had en dacht “ik zet een bordje ‘Kamp’ bij de weg, wie weet”. En daar zijn wij dus. We kunnen hier staan. Hij vraagt alleen wel 20 euro per nacht. Gekke Henkie! We kunnen er 15 van maken inclusief wifi en een wasbeurt. Deal!

Onderweg naar Plan komen we langs deze mooie plek

Camping is een groot woord. De stekker voor onze stroom gaat in de airco van één van de bungalows, er is één douche/wc en geen afwasruimte of iets. Er is wel een hokje van de beheerder met wasbak, wasmachine (en sterke drank) maar die gaat op slot als hij er niet is. De wasmachine die we wel mogen gebruiken staat in dezelfde bungalow als waar we de stroom van tappen. En dus word ik begeleid door meneer Kamp himself, want stel dat er wat met de inboedel van zijn bungalow gebeurt. Het is het type dat je strings van de waslijn jat en dus voelt het wat ongemakkelijk als hij over mijn schouder staat mee te gluren hoe ik de was in de machine stop.

Als de machine na misschien wel drie uur draaien dan eindelijk klaar is en er inmiddels gasten hun intrek in de bungalow genomen hebben, gaat de beste man zelf de was er wel even uithalen. Ik had mijn stringetjes moeten tellen, ik wist het. 😉 Gelukkig mag ik ze wel zelf ophangen. Ondergoed voor de zekerheid maar in de camper. De beheerder is trouwens wel erg gecharmeerd van Robyn, ze wordt op handen gedragen en hij blijft d’r hand maar kussen.

Henk is die middag met de kids nog even naar het fraai aangelegde strandje (met speeltuin) aan het meer, opnieuw bekostigd met onze eigen (EU)belastingcenten. Ik tik nog wat dagen van onze verslagen bij en dan is de dag alweer grotendeels voorbij. Het is echt bizar hoe die voorbij vliegen zonder ook maar echt iets gedaan te hebben. Ja, we zijn weer verkast, maar de omgeving hebben we nog niet gezien. Die reizen die dan één nacht ergens zijn en waarbij je ’s middags na aankomst dus nog iets moet doen. Ik moet er niet aan denken!

We zien vanaf onze plek nog wel een andere camper staan, achter een hekje op een naastgelegen veld. Is er dan nog een camping? Als Henk later die middag op dat terrein loopt richting meer, komt er ook gelijk een mannetje op hem af, vragen of hij een plek zoekt. Dit mannetje legt uit hoe het zit en wat waarbij hoort. Aha, dit blijkt dus de camping te zijn die we op het oog hadden en die ook in de navigatie stond. Dat verklaart ook waarom onze beheerder zo snel op ons afkwam. Er wordt hier gevochten voor klandizie. De bungalows zitten overigens aan het eind van de avond allemaal vol. En zelfs ons campingveldje is zowaar goed gevuld.

Overnachting: camping bij Bungalow Holiday in Pluzine (2 nachten)

Dinsdag – Geen bloed, wel zweet en tranen

We staan naast een soort van schommel dus ’s ochtends vroeg help ik de kids er even op. Ineens staat de eigenaardige eigenaar, dat klinkt toch iets aardiger dan ‘meneer Kamp’, foto’s van ons te maken terwijl ik slechts gekleed ben in mijn badjas (zonder vragen ja! Ok, misschien had ik even iets fatsoenlijks aan moeten trekken). Hij doet overigens ook geen moeite het stiekem te doen. Nou ja… Beetje vreemd blijft dat wel.

We willen ondanks het slechte weer lekker op pad. Al de hele tijd kijken we uit op een groene berg en we verwachten boven een fantastisch uitzicht over het meer en de omliggende bergen. Maar weer even informeren bij de Tourist Information dus. Volgens de jongen achter de balie zou de klim naar boven een uurtje moeten zijn. Dat klinkt als goed te doen. Piva Lake heeft de kleur blauw dat wij eerder zagen tijdens onze reis door Canada, azuur blauw noemen we het. Je ziet die mooie kleur vooral als de zon erop schijnt. Je kunt hier overigens ook kano’s huren, net als toen in Canada. Daar koste een half uurtje 80 dollar op zo’n bekend meer, hier kost het een fractie.

We hebben het gehaald!

De wandeling is behoorlijk zwaar. Het duurt ook al even voordat we het begin gevonden hebben. Daarna is het goed aangegeven maar het is echt best wel flink klimmen. Het zit ‘m vooral in onze instelling: Oh uurtje, makkie. Doen we even. Dat valt wat tegen dus. Net als de regendruppels onderweg. Het uitzicht halverwege maakt al veel goed, maar de laatste tientallen meters zijn op doorzettingsvermogen. Ook bij Fynn, die is al vijf keer gaan zitten en begint te jammeren als hij ziet dat Henk, die iets vooruit loopt, nog hoger is gegaan.

Na ieder heuveltje denk je ook dat je de top bereikt hebt en dan duikt er nog eentje op. Een uur doen we er zeker niet over, eerder twee, maar we halen het alle vier: een hoogte van 1314 meter. We zijn de enige mensen boven en zijn de pijntjes al snel weer vergeten, zeker als ook de zon weer doorbreekt. De beloning is een 360 graden uitzicht over het meer en de omliggende bergen. Genieten! Hier doen we het voor.

We krijgen op de weg terug wat druppen op ons kop, maar de natuur heeft ons verder gespaard. Geen nat pak. Fynn heeft een ijsje verdiend, wij een ijskoude cola en we eten maar gelijk een paar stukken pizza. Dat kost alles bij elkaar nog geen 10 euro. Wat een goedkoop land is het toch. Kunnen we vanavond met eten lekker makkelijk doen. De was hangt gelukkig onder een afdakje, want de regen komt die avond met bakken uit de lucht.

Dit soort plaatjes tijdens onze camperreis vervelen nooit.

Woensdag – Door tunnels naar Bosnië

Vandaag verlaten we Montenegro, dit was onze laatste stop in een land dat ons echt verrast heeft. Ze doet er nog een schepje bovenop door ons door 57 tunnels te sturen, naar de grens met Bosnië, een mooie weg helemaal langs het meer dat later overgaat in een rivier. Bij de grens komen we weer bij de Tara-rivier in de buurt en dat is te merken. Links en rechts overal raftcentra en campings, dat is hier big business. In Bosnië gaat dat nog even door. Bij de grens hebben we een klein beetje oponthoud doordat het verkeer van en naar Bosnië over een houten eenbaansbrug moet, maar we mogen het land in, zonder problemen. We pakken gelijk een stukje gravelweg mee en moeten om de gaten heen sturen. Het wordt later op de route gelukkig beter. Langzaam komen we in de buurt van Sarajevo, onze volgende doel.

Als we bij Sarajevo een afslag missen belanden we ineens in een wijk die duidelijk zwaar heeft geleden in de oorlog. De gebouwen die volledig doorzeeft zijn met kogelgaten staan er gewoon nog. Er wordt niks aan gedaan. Zodra we de straat weer uit zijn is er niks meer te merken van een stad die ooit in oorlog was. De tram rijdt, keurige beplante rotonde en de grote ketens hebben er ook allemaal een keurige plek. Wat een contrast zeg. Je wordt daar toch best een beetje stil van. Ook op het laatste stukje naar de camping komen we langs een gebouw dat nooit is afgemaakt. Alsof er ooit mee begonnen is en ze halsoverkop vertrokken zijn. Nooit afgemaakt, maar ook nooit afgebroken. En misschien stampt het wel helemaal niet uit de tijd van de oorlog, maar dat beeld ik mezelf dan in.

De grens met Bosnië, toch best bijzonder

De camping is keurig netjes, super schoon en vrije plek kiezen op het grasveldje. Fynn heeft al gelijk de luxe camperbus gespot van een Nederlands echtpaar, die zijn we kwijt. Staat ie weer te kletsen. Hij heeft dat soms met (vaak oudere) mensen, die ziet hij en dan is de klik er gelijk. We hebben dat nu een paar keer gezien deze reis, zo mooi. Terwijl we ook echt wel vaker naast Nederlanders staan, maar hij heeft het lang niet altijd. Dit echtpaar heeft zelfs een hond, iets waar Fynn een vreemd soort angst voor heeft. Nou, als hij zelfs die angst opzij kan zetten…

Ondertussen worden wij verwelkomd met een schnaps. De eigenaar woont al 50 jaar in Sarajevo. Wat zou ik graag aan ‘m willen vragen hoe het hier in de oorlog was, waar hij was toen dat begon, hoe hij dat beleefd heeft en zich redde in het “dagelijks leven”. En toch doe ik het niet. Hij heeft waarschijnlijk al tig keer zijn verhaal moeten doen en het is nou ook niet zo dat je vraagt hoe de verjaardag van de buurvrouw was. Nee, we hebben het er niet over.

We maken ook nog even kennis met een paar andere kids op het veldje: Duitse kids. Ze zitten lekker boekjes te lezen en loom-armbandjes te maken met de moeder op een picknickkleedje. Heel netjes. Haar jongste is van Robyn d’r leeftijd, zou je denken dat je wat hebt om over te kletsen, maar ze zegt geen woord. Ik krijg er met moeite een kort gesprekje uit. Ze is ook wat geïrriteerd als Fynn niet alle boekjes op het kleedje houdt. Sorry! Fynn houdt het al snel voor gezien, Robyn en ik ook. Gelukkig arriveren er later die avond ook nog Nederlandse kindjes.

Overnachting: Camping Sarajevo vlakbij de gelijknamige stad (2 nachten)

Donderdag – Indrukwekkend Sarajevo

We kunnen met een taxi naar het oude centrum gebracht worden, dat kost 10 euro. Wat we ook kunnen doen is met de taxi, voor drie euro, naar de tramhalte en dan in 25 minuten naar het centrum met de tram. Het wordt dat laatste, ik word juist altijd wel blij van deze manier van reizen. Tram 3 is niet meer dan een rammelbakkie, maar hij brengt ons keurig waar we zijn moeten. We stappen uit op het plein van de Duiven, je kunt er een zakje voer kopen en de bekende foto’s maken van jezelf met een duif of tien op je arm. Leuk om even te zitten en te bekijken.

Duifjes voeren in Sarajevo

Dan wandelen we verder door de oude Ottomaanse wijk. Je vindt hier veel handwerkwinkeltjes en oosterse koffiehuizen, smalle straatjes, allemaal laagbouw, de moskee torent er bovenuit. Het is een grote bazaar. Even bij de tourist information vragen naar een plattegrond. Die zijn op. We belanden toevallig op de binnenplaats van de Gazi Husrev-beg moskee, de bekendste moskee van de stad blijkt later. Op het pleintje zit ook een toeristenbalie en daar zijn nog wel plattegrondjes van de stad. De oude stad van Sarajevo blijkt helemaal niet zo groot, je kunt het prima lopen allemaal.

We kopen bij de Pekara een speciaal Bosnisch broodje, soort van Burak, super vet maar wel lekker. Robyn krijgt gelijk een bolletje toegestopt en Fynn ook als ie beteuterd kijkt. Dan struinen we over een Islamitische begraafplaats met wel honderden witte gedenkstenen (allemaal slachtoffers omgekomen ergens tussen 1992 en 1995) naar de top van de heuvel. Indrukwekkend dit zeg. Bovenop de heuvel staan de ruïnes van een fort uit het middeleeuwse Sarajevo. Er is nu een cafeetje met picknickbanken en een schitterend uitzicht over de stad, een A-locatie. Maar het commerciële plaatje hebben ze nog niet helemaal begrepen. We zitten er al vijf minuten als er nog steeds niemand geweest is om te vragen of we iets willen bestellen. We besluiten een bankje aan de zijkant op te zoeken en lekker onze eigen lunch op te eten.

Ik realiseer me hier ook ineens dat iedereen van mijn leeftijd hier deze oorlog heeft meegemaakt. Op welke manier dan ook, gevlucht, gevochten, familie en vrienden verloren. Hun stad, hun land lag volledig in puin. Men lijkt hier weer helemaal gewend aan het leven nu, het is natuurlijk ook “al” ruim 25 jaar geleden, maar toch. Zouden ze nooit de angst hebben dat het terugkomt? Of een flashback als er een vliegtuig laag overvliegt? Ik kan er niks aan doen, maar ik moet toch de hele tijd aan die oorlog denken als ik hier rondwandel.

De Islamitische begraafplaats is indrukwekkend, net als de hele stad eigenlijk.

We strijken neer in een smal straatje beneden, onwijs gezellig. Koffietentjes met kleine terrassen, schuin tegen de heuvel gebouwd. Handwerkers die druk zijn met het maken van van alles, beetje zo’n artistiek straatje waar zo’n bepaalde fijne sfeer hangt. De koffie wordt vers gemalen en smaakt goed. Eenmaal terug in de tram merken we pas hoe gaar we allemaal zijn. Fynn kan met moeite zijn ogen openhouden op schoot, het is warm en de tram is een stuk voller dan op de heenweg. Lekker terug naar de camping en alle indrukken even laten bezinken.

Komende week reizen we verder door Bosnië: watervallen, natuurparken, vriendjes en zeer basic campings. Ook dit deel van onze camperreis door Bosnië maakt indruk, dat is zeker!

Blijf ons volgen en deel onze avonturen

Berichtje achterlaten? Ja leuk!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *