Reisverslag Zuid Afrika – Week 2

Safari it is! We slapen deze week drie nachten in Addo Elephant NP. Back to basic, een houten chalet met vier eenpersoonsbedden, geen wifi, een gedeelde keuken en, ok, wel een zwembad. We toeren dwars door het park, over asfalt- en gravelwegen, langs waterdrinkplaatsen en open vlaktes. De wildscore valt niet tegen. We hiken over de suspension bridge, slapen weer op de meest mooie plekjes en mijn kuiten krijgen het zwaar te verduren.

Vrijdag – Tijd voor safari!

Ik zou boven deze vrijdag zo weer ‘Time flies’  kunnen zetten, want wat vliegen die dagen altijd als je op reis bent. De township van Knysna laten we achter ons en we gaan door naar Addo Elephant NP. De natuur in, op zoek naar wild. De rit duurt zo’n 3,5 uur, dus we proberen wat leuke stops in te plannen. De snelweg N2 brengt ons dit keer door mooier gebied, Tsitsikamma NP ligt voor een groot deel langs de kust en loopt tot aan de N2. De omgeving is een stuk groener en de bruggen die gebouwd zijn over de kloven en rivieren indrukwekkend. Bij Storms River gaan we er even uit, plaspauze, benen strekken. En je kunt er over de brug heen lopen, meer dan 100 meter hoog boven de kloof die er onderdoor loopt. Over een paar dagen keren we er naar terug om ook echt het park in te gaan.

Maar we rijden ook langs industrie en saaie spookdorpjes. St. George’s Strand net buiten de grote stad Port Elizabeth lijkt op de kaart een leuke stop aan het strand. Maar het is niet meer dan wat verlaten straten, huizen met muren eromheen en wat dames van plezier langs de weg. Niet bepaald de picknickplek die ik voor ogen had. Waarschijnlijk wel die van de vele vrachtwagenchauffeurs die hier langs komen. 😉

Het is al middag als we ons in Addo NP melden. Na wat papierwerk kunnen we naar onze Forest Cabin. Een houten blokhut, basic is het juiste woord. Henk voelt zich niet top, dus die duikt een van die gezellige eenpersoonsbedden in en Fynn en ik gaan eens even op onderzoek uit. We ontdekken de waterdrinkplaats en natuurlijk de speelolifant. Een grote houten olifant met glijbaanslurf, die eerlijk gezegd zijn beste tijd gehad heeft. Hij had in de Nederlandse speeltuinen niet meer door de veiligheidskeuring heen gekomen ben ik bang, maar Fynn is weer even zoet.

We hebben in onze hut ook wat basic kookgerei en ik tover zowaar een pastamaaltijd op tafel. Niet gek al zeg ik het zelf. En zoals dat gaat op safari, vroeg ons bedje in.

Zaterdag – Mestkevers en olifantenpoep

De nachten zijn wel eens beter geweest. Het koelt behoorlijk af ’s nachts en Fynn vindt het huisje hier maar ‘hout’. Hout? Of koud? Hij bedoelt, zo blijkt later, ‘oud’. En oud is ook gelijk een beetje spannend. Ik kan ‘m geen ongelijk geven, je hoort natuurlijk alles in zo’n hutje. Het is er aarde donker en in alle vroegte horen we de jakhalzen en hyena’s huilen. De sterrenhemel is wel erg indrukwekkend midden in zo’n donker park. Fynn wordt om de haverklap wakker. Ik kruip halverwege de nacht bij Fynn in bed, maar of dat mijn nachtrust nou echt ten goede kwam betwijfel ik. Ontbijt is niet inbegrepen dus we laden wat ontbijtkoeken, water en fruit in de auto en gaan op pad. Het is pas 7.30 uur. Op zoek naar die jakhalzen die ons zo vroeg wakker maakten.

Fynn mag bij me op schoot, voorin de auto. Dat alleen al is natuurlijk heel stoer. Als dan ook het raam nog open mag en hij de eerste Kudu spot is hij verkocht. Kudu’s, zwijnen, springbokjes, grote mestkevers op olifantenpoep (Vindt Fynn erg leuk), jakhalzen, nog meer kudu’s en een paar buffels. En een olifant al verschuilt die zich diep tussen de groene struiken. Niet gek voor een eerste ochtend.

De middag gebruiken we voor het zwembad en even bijslapen. We duiken alle drie nog even ons bed in. En dan weer de auto in natuurlijk. Het heeft wel iets rustgevends, zo’n gamedrive. Je rijdt in een slakkengangetje door zo’n park, speurt de bosjes en vlaktes af, blijft even hangen bij de waterdrinkplaats, strekt je benen bij de uitzichtpunten (waar je er op eigen risico even uit mag in verband met de leeuwen) en in de meeste gevallen komen we amper andere auto’s tegen. Fynn vindt het soms heel leuk en het volgende moment is hij druk met de iPad of zijn auto’s. We schrijven een olifantenmoeder met jong bij op de lijst en keren tevreden huiswaarts.

Zondag – Leeuw, luipaard of neushoorn?

Ook deze ochtend word ik bij Fynn in bed “wakker”. Het scheelt dat we er vroeg in lagen, dan maak je toch nog een soort van je uurtjes. Dag 2 safari vandaag, Fynn is er al een beetje klaar mee. Die heeft ook de rust niet meer voorin bij mama en hopt een soort van door de auto. Heel fijn is dat… Wij willen vandaag natuurlijk voor de hoofdprijs gaan: een leeuw of luipaard. Neushoorn, ook goed. Het is pas 7 uur als we het park weer inrijden. Helaas, nadat we toch al gauw zo’n vijf uur in de auto hebben doorgebracht, verdeeld over de ochtend en middag, geen van die drie. Wel nog meer olifanten, heel veel zebra’s (die je bijna kunt aanraken), een flinke schildpad (!), hartenbeesten, een grote kudde buffels en tal van mooie vogeltjes. En de zonsondergang hier is wow, dat moet gezegd worden.

We sjezen klokslag 18:30 uur de toegangspoort weer uit. Net op tijd, anders hadden we in het park moeten slapen (of een boete). Tijd voor een basic maaltje en dan maar weer vroeg naar bed. Zonder wifi, goed boek of tv en met alleen maar smalle eenpersoonsbedden blijft er weinig anders over dan gewoon lekker te gaan slapen.

Maandag – Surfers paradise

Ik hoor Fynn voor het eerst deze reis niet zeggen dat hij het jammer vindt dat we weer naar een nieuw huisje gaan en ook niet dat hij hier nog heeeeel lang wil blijven. Ik geloof dat hij het ook wel prima vindt om weer lekker verder te gaan. We nemen de route helemaal door het park naar de zuidkant waar we het park verlaten. Een onwijs mooi stuk nog, waar we toch al gauw ruim twee uur over doen. We sluiten de safaridagen af met struisvogels, een hele kudde olifanten en een eenzaam reuze mannetje in een iets te kleine waterplas. Toch wel heel tof hoor, die beesten zo in het wild.

We komen weer in de bewoonde wereld en zijn dicht bij de kust. Tijd voor het het strand! Onze picknickstop is vandaag bij Jeffrey’s Bay. Een echt surfplaatsje met breed strand en een gezellig sfeertje. Een van Fynn zijn zwembandjes heeft het begeven, dus we moeten even op jacht naar nieuwe en scoren gelijk een emmer en schep. Helemaal weer in zijn element. We hangen eigenlijk de hele middag op het strand, heerlijk! Henk duikt de zee nog even in en wij bouwen ons zoveelste kasteel. En om nog een beetje in safarisferen te blijven zien we zelfs wat dolfijnen langs de kust zwemmen. We slapen vanavond in Plettenberg Bay en worden eind van de middag enthousiast begroet door John en zijn honden. Wat een gastvrijheid!

Dinsdag – Tijd voor actie

Aah, die ontbijtjes hebben we gemist. Fruityoghurt met muesli, eitje, toast, vers fruit, koffietje, sapje. Jammie! Ik kan hier wel aan wennen, al hoeft zo’n ei (boiled, fried, scrumbled, omelet) van mij niet iedere ochtend. Maar na drie ochtenden CornFlakes met melk is dit wel erg lekker!  We hebben geen haast vandaag en doen lekker rustig aan. Fynn wordt er zelfs een beetje ongeduldig van en wil op pad. John neemt uitgebreid de tijd om ons tips voor de omgeving te geven, incl. restaurantjes voor op de terugweg. En daar gaan we. Wandelen, actie! Ook dat is na drie dagen autorijden en passief bezig zijn wel weer erg lekker. Eindelijk tijd voor Tsitsikamma National Park, waar we inmiddels al twee keer doorheen gereden zijn. We betalen voor de derde keer tol en parkeren onze auto in het park. De suspension bridge wacht op ons. Fynn is niet meer te houden. Plankenpaadjes!

De wandeling naar de hangbrug over Storms River is goed te doen, wat trappetjes hier en daar en inderdaad tot aan de brug zelf plankenpad. Plankenpad, boardwalk, steigerpad, hoe noem je die wandelingen? Ach, je begrijpt wat ik bedoel. En dat zo’n 2 kilometer lang. Fynn rent het hele stuk. Het laatste deel is flink dalen en dan kunnen we de lange brug over. Niet meer dan 25 man tegelijk. Gelukkig is het niet zo druk. Onder ons peddelt een groep kajakkers die net uit de canyon komen. Aan de andere kant ploffen we neer op een mooi kiezelstrandje voor de picknick. Top! En dan heeft Henk bedacht dat we door gaan. Omhoog! Naar het uitzichtpunt, je kunt het hoogste punt net niet zien vanaf het kiezelstrandje. Ik laat me niet kennen dus we gaan er voor. De klim is pittig, dus Fynn gaat in de rugdrager. Voor het uitzicht doe je het dan allemaal en dat is adembenemend. Maar m’n kuiten staan op knappen.

Terug lopen we via dezelfde brug en twee andere hangbruggen (het zijn er drie in totaal) en koelen we even af bij een van de kleine strandjes. Het water is heerlijk verkoelend. Eenmaal terug bij de auto rijden we door naar Nature’s Valley, waar oerwoud de oceaan ontmoet. Volgens John is het een schitterende baai en dat klopt inderdaad. We zien de aapjes aan de rand van het oerwoud en binnen no time heeft Fynn alles uit en ligt hij poedelnaakt in het lauwe water van de lagune te trappelen. Emmertje mee, visjes vangen. Heerlijke dag zo! Fynn is opperbest gestemd op zo’n dag buiten. Eten doen we bij ‘Enrico’, hoe kan het anders: een Italiaan. Direct aan het Keurboomstrand met uitzicht op zee. En dan doodmoe naar huis. Truste!

Woensdag – Afzien op Robberg

Betere nachten weer gelukkig, al is de nacht vroeg afgelopen. 06.10 uur schrijven we. Het is volop licht op de kamer en in Fynn zijn beleving dus tijd om op te staan. Klaar met slapen. We schuiven vroeg aan bij het ontbijt en maken plannen voor vandaag. Robberg Nature Reserve moet het worden. Collega’s tipten ons er al over en ook John is er laaiend enthousiast over. Hij heeft wel iets weg van Steve Irwin met zo’n Australisch accent en allerlei overtreffende termen als most terrific, stunning en magnificent. Hij had bij aankomst al gelijk gezegd: safe your legs for Robberg. Maar ja, gister hebben we wel even die klim naar dat uitzichtpunt gemaakt. Ik voel m’n kuitjes nog steeds een beetje. Lopen we er wel uit, denk ik dan nog.

Het valt me vies tegen deze hike. Tegen als in de zwaarte van de klim, die is pittig. En als het dan een beetje vlakker wordt loop je door mul zand. Ook dat is niet heel fijn wandelen. En dat pal in de zon, want het is heet. Wat absoluut niet tegenvalt is het uitzicht. De robben beneden op de rotsen, honderden. Fynn klautert helemaal zelf naar boven, beloond met een appelsap en uiteindelijk een strand. In het midden van de berg is een grote zandduin met beneden een heel groot zandstrand. Fynn en Henk storten zich naar beneden vanaf de zandduin en rollen zo het strand op. We koelen de voetjes in zee en Henk neemt weer een duik in het frisse water. We vermaken ons weer prima. Je zou bijna vergeten dat we ook nog terug moeten. Zweten! Dat hebben we toch weer even mooi geflikt. Ik duik alleen wel even samen met Fynn ons bed in voor een middagdutje. Die heb ik wel verdiend. Ik geloof dat ik eerder weg ben dan Fynn.

We volgen ’s avonds ook weer braaf de restauranttip van John op: De Lookout Deck. Ook weer aan het strand, met schitterend uitzicht. En de salade smaakt prima. Al scoorde de pizza en pasta van Enrico toch een puntje extra.

Donderdag – Mooiplaas

Helaas, we zwaaien John en zijn drie honden uit en vertrekken weer. Mijn kuiten zijn toe aan een dagje auto, ik kan amper nog lopen. Vooruit, ik gun ze een dagje rust. Eerst nog even een andere accommodatie bezoeken (toch een klein beetje werken) en boodschappen doen. Daar bedenkt Henk dat we de koelkast niet hebben leeg gehaald en we o.a. de heilige pindakaas en chocopasta vergeten zijn. We rijden dus nog even langs John op de terugweg. Die grapt vervolgens, als we weer bij het hek staan om onze weg te vervolgen, of we de kluis wel leeg gemaakt hebben. We kijken elkaar vragend aan. Nee! Onze paspoorten en mijn portemonnee liggen nog in de kluis. John moet er vreselijk om lachen, ik ben maar wat blij dat we die pindakaas vergeten waren anders waren we nooit terug gereden en wanneer waren we er dan achter gekomen dat onze paspoorten nog in de kluis lagen? Niet over na denken…

Het is uiteindelijk bijna 12 uur voordat we echt onderweg zijn. Oudtshoorn, struisvogelhoofdstad, is onze volgende bestemming. Een korte rit, dus we nemen de toeristische route en rijden al gauw over gravel. Fynn valt na een paar minuten hobbelen al in slaap, wij genieten van de route. Vergezichten, kale vlaktes met hier en daar een boompje, bokjes in het gras, zo toeren wij via het toepasselijke plaatsje Avontuur de Prince Alfreds pass over. En dan langzaamaan komen de struisvogels in zicht. We zijn warm, dat kan niet missen.

Ons guesthouse doet zijn naam eer aan: Mooiplaas Guest Lodge. Vanaf ons terras kijken we uit over het struisvogelpaar met hun jongen in de “voortuin”, in de verte de bergen van Groot Swartberg Nature Reserve en daartussen dorre landbouw- en grasland. De service hier is de meest luxe die we deze reis gehad hebben. ’s Middags een lekker (alcoholvrij) aperitief op ons terras. Er wordt een olielampje gebracht als het begint te schemeren, na het dinner worden er wat chocolaatjes langs gebracht en altijd tijd voor een praatje. De klant is hier echt koning. ’s Ochtends is de auto voor ons gewassen. Vervelend dat we hier drie nachten zijn zeg. Ook over het weer hebben we nog steeds niks te klagen, de zon schijnt volop.

Morgen duiken we ondergronds, we gaan de grotten van Oudtshoorn in. De laatste week van onze reis. We gaan op safari, slapen bij de boer en mogen helpen schapen scheren. De reis sluiten we af in Hout Bay, dan zijn we weer terug bij Kaapstad in de buurt. Daarover volgende week meer.

 

Blijf ons volgen en deel onze avonturen

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *