Reisverslag USA – wereldreis week #20

De week van bijzondere ontmoetingen: met reuzenbomen, beren en gastvrije Taiwanese buren. En die laatste houden er bijzondere wensen op na… Het is ook de week dat we onze camper inleveren en onze intrek weer nemen in een hotelkamer. Met alle gevolgen van dien. Ja, het was me het weekje wel.

Maandag – Reuzenbomen in Sequoia NP

We slapen dus weer in het nationale park Kings Canyon. Midden in het berenbos: hoge bomen, dennenappels en hier en daar een omgevallen boom. Henk en ik zijn beide vroeg wakker en gluren nieuwsgierig langs het gordijntje. Wie weet loopt er een beer over de camping. Op het informatiebord op de camping lezen we dat we alle etenswaar moeten opbergen in de zogenaamde beerkasten. Beerkasten? Zeker! Grote metalen kasten met een speciaal slot die beren niet kunnen openen. De zwarte beren die hier regelmatig gezien worden zijn erg hongerig en ze ruiken eten van grote afstand. Ze zijn ook niet te beroerd de auto open te breken als ze iets ruiken, handig als ze zijn geworden in de loop der jaren. Je eten is dus zelfs in de auto of camper niet meer veilig. Zelfs autostoeltjes moeten ’s nachts buiten de auto gezet worden want de geur trekt beren aan. Hetzelfde geldt voor tandpasta, zeep, deo en alles met een geurtje. Met een camper loopt het iets minder vaart (denken wij), maar we hebben toch in ieder geval het fruit en de knoflook maar in de speciale kast gelegd. Met knoflook hebben we immers al een nare ervaring 😉 ’s Nachts een beer naast m’n bed zit ik niet echt op te wachten. Best een spannend idee trouwens, dat ze elk moment rond je camper kunnen verschijnen. We lezen ook je handleiding goed voor het geval je oog in oog met ze komt te staan. De potten en pannen zijn binnen handbereik om flink lawaai te maken.

We kronkelen vandaag naar Sequoia NP, nog dik een uur rijden. In het park slapen betekent niet altijd dat je overal dichtbij bent. Dit park staat bekend om zijn reuzenbomen. Onwijs leuk voor kids ook, want de omgevallen exemplaren zijn veranderd in een huisje, een tunnel (waar je met de auto onderdoor kunt) en een brug over het moeras. Of je wandelt over een boom die soms wel 2200 jaar oud is en 84 meter hoog. In ‘Giant Forest’ vind je de grootste bomen (in volume), waaronder de grootste ter wereld genaamd General Sherman. Leuk weetje: als je water in deze grootste boom giet, dan zijn dat zo’n 9.844 badkuipen vol. Genoeg water om 27 jaar lang, iedere dag in bad te gaan. Bizar!

Een shuttlebus brengt ons bij alle interessante punten, dat is in de meeste nationale parken goed geregeld. Naast Giant Forest stoppen we ook bij Moro Rock. Een klim van veel meer dan de verwachte 300 treden (ik ben de tel halverwege kwijt geraakt) naar de top van een gigantische rots. Je moet geen last van hoogtevrees hebben, want een simpel hekje schijdt je van de afgrond tientallen meters onder je. Het laat zich raden dat het uitzicht hier super is, met in de verte de besneeuwde toppen van Mount Whitney! Het is al laat als we nog terug moeten rijden en daarom eerst maar nog maar even in het licht avondeten. Een simpele tosti in de koekenpan en dan snel naar ons plekje op de camping terug. De hertjes komen nieuwsgierig kijken wie er zo laat nog op de parkeerplaats staat. De beren houden zich schuil.

Dinsdag – Kings Canyon roadtrip

En ook de tweede nacht is het rustig. Vlakbij onze campsite bezoeken we eerst General Grant, de derde grootste boom ter wereld. Hij doet echt niet onder voor z’n grotere broer. Gigantisch! De wandeling is goed te doen en een deel van het pad loopt door een omgevallen Sequoiaboom. Erg leuk natuurlijk. We rijden daarna verder Kings Canyon in, helemaal naar achter (toepasselijk dead end genoemd). We slingeren ruim een uur langs de woeste rivier en over hoge bergen. Maar wat een mooie route is het! Aan het eind van het park schijnt een van de mooiste wandelingen van het park te zijn. Wij vinden ‘m wat ‘mwha’. Zijn we verwend afgelopen weken? Ik denk het wel ja. Fynn valt op de weg terug in slaap als wij er nog snel even uitspringen voor een schitterende waterval op de route. En we verwennen onszelf met een lekkere lunch van de snackbar in het park. Dan snel door naar onze KOA-camping die dicht in de buurt van Yosemite NP ligt, ons volgende (en laatste) park. We hebben nog steeds mazzel, er is plek. Vlakbij het zwembad en naast gezellige Nederlandse buren die de andere kant op reizen en waar we dus mooi nog wat tips mee kunnen uitwisselen. Fynn en papa het zwembad in, mama lekker pannenkoeken bakken. Je kunt het slechter treffen.

Woensdag – Bijzondere wensen in Yosemite NP

Geen haast deze morgen. We doen nog even een wasje, duiken het zwembad in, maken m’n eerdere blog af en pakken op ons gemakje de boel in. Precies om 11 uur rijden we de camping af, richting Yosemite. De route brengt ons door Spanje, links en rechts sinaasappelbomen. Echt weer een compleet ander landschap, ik blijf dat bijzonder vinden. Onderweg nog even tanken en boodschappen doen. Tanken in het Yosemite-park is onwijs duur (3,88 dollar voor een gallon) dus we komen met een bedrag van net onder de 3 dollar nog relatief goed weg. En dat terwijl we eerder al voor veel minder getankt hebben. Na de middag komen we aan bij de ingang van het park. Je raadt het al: Full full full. Geen campsite plek meer te krijgen. Ja misschien nog 50 miles hiervandaan, maar niet meer in Yosemite Valley. Het hart van het park waar iedereen wil zitten. We gokken het en gaan toch weer rijden. Richting campground reservations. Wie weet…

Het is inderdaad veel drukker dan we eerder zagen in andere parken. Auto’s staan tot ver in de berm geparkeerd. Als we aankomen bij het reserveringskantoortje schrijf ik mijn naam als nummer 28 op de wachtlijst. Om drie uur stipt moet ik me weer melden om te horen of we bij de gelukkigen zitten. En wat blijkt? Slechts 11 plekken zijn alsnog beschikbaar gekomen. Helaas. We moeten vannacht dus buiten het park een plek zoeken. Ik druip af en tref Henk en Fynn op de parkeerplaats. Fynn heeft vriendjes gemaakt met de Taiwanese camperbuurman. Die staat ook te wachten op nieuws over een plek. En zij hebben mazzel. Vanmorgen vroeg voor acht uur (als het kantoor z’n deuren opent) hadden ze bij het kantoor gestaan en ze zijn nummer vijf en zes op de wachtlijst. Twee plekken hebben ze dus, want er mogen maar zes personen op een plek en ze zijn met 10 volwassenen en twee kids. We kletsen nog wat en dan gaan we maar een broodje eten… Daarna zien we wel weer verder. En dan. Klop, klop. De Taiwanese buurman weer. Als wij Fynn een beetje weten te verstoppen en zij doen dat met hun jonge kids, dan mogen we een plek van hun gebruiken. Zij zijn met één camper en een tentje, dus onze camper kan mooi op de andere plek. Wow, dat deze mensen nog bestaan! Ik weet zeker dat lang niet iedereen dat gedaan zou hebben. Super! En dus hop hop rijden we ons campertje de camping van Yosemite Valley op. Hopen dat Fynn zich wat kan inhouden en niet te veel aandacht zal trekken. Het is tenslotte zo’n rustig jongetje. 😉 De dag is al bijna voorbij, maar blij als we zijn gaan we toch nog even op pad. Yosemite falls is in de buurt en de shuttlebus rijdt tot 21:00 uur. Op naar de waterval. Goed gevoel dit!

Als we terugkomen op de camping worden we ook nog uitgenodigd voor de Taiwanese bbq. Ondanks dat we zelf net gegeten hebben krijgen we van alles toegestopt. Onze bijdrage is een zak hout en een zak marshmellow’s. Avond in het park compleet. Als ik Fynn naar bed breng staat Henk ineens weer voor m’n neus. Even overleggen, de Taiwanese vrienden blijken een diepe wens te hebben. En dat is vast de reden dat wij de uitverkorene waren vanmiddag. Ze willen heel graag een keer sterren kijken vanaf het dak van de camper. Die van ons heeft een trappetje, die van hen niet. En dus liggen er, voor we het weten, een vijftal Taiwanesen op ons camperdak. Kunnen we toch nog wat voor ze terug doen.

Donderdag – We zien beren op de weg!

Henk gaat vanmorgen ook z’n geluk beproeven. Wekker gezet en hij is net iets voor half acht bij het kantoortje in de hoop bovenaan de wachtlijst te komen. Het weekend komt eraan en dat blijkt. Er zitten vanaf zes uur die ochtend al mensen in de rij met een stoeltje, er ligt iemand in een slaapzak (ook in de rij) en hij is zeker niet de eerste. Nummer 15 blijkt uiteindelijk. Dat belooft niet veel goeds, maar we gaan er gewoon een leuke dag van maken.

Fietsen zijn gehuurd en off we go. Fynn in een fietskar erachter. Er loopt een flink aantal fietspaden door het park en daar waar deze ontbreken mag je de autoweg gebruiken. Berg op, zweet op je rug en vervolgens in volle vaart naar beneden. We zijn eigenlijk nog maar net op pad als ik ineens uit m’n ooghoeken een beer zie… Tussen de bomen, aan de kant van de weg, zoekend naar een juist moment om over te steken. En daar komen wij aan op ons fietsje. Ik roep Henk een aantal keer maar hij kijkt niet gelijk om. Ik heb gelukkig de GoPro in m’n handen en kan gelijk filmen, het duurt allemaal nog geen 15 seconden en dan is ie alweer verdwenen aan de overkant van de weg. Het berenbos in. Ook Fynn ziet ‘m nog even lopen op straat. Hij vindt het de normaalste zaak van de wereld. Maar wij staan alletwee onwijs te trillen van de spanning en opwinding. Dit is vet! Plek of geen plek vanavond, onze dag kan nu al niet meer stuk.

We fietsen nog een stuk door naar El Capitan, de rotsformatie die het bekende plaatje van Yosemite NP vormt en naar de Bridalveil waterval, maar zo indrukwekkend als onze ontmoeting met de beer wordt het niet meer. Als we ons om drie uur weer melden is er helaas geen plek voor ons, geeft niet, we hebben een topdag gehad. Fynn kan nog mooi even slapen in de camper en dan rijden we naar een andere KOA net buiten het park. We zijn inmiddels behoorlijk KOA-kenner. Deze heeft huisgemaakte pizza’s, jammer dat wij onze voorraad moeten opmaken voordat we zaterdag de camper inleveren. Maar anders had ik het wel geweten.

Vrijdag – Bil aan bil op asfaltplak

Op naar de grote stad, San Francisco. We willen deze laatste nacht op een camping in de buurt van San Francisco staan, want morgenochtend voor half 11 moet de camper weer ingeleverd zijn. En we hebben deze weken niet bepaald netjes uit onze rugzakken geleefd, overal ligt wat. Alles moet weer netjes, laatste afwas, benzine en gastank vol, afvalwater leeg, beddengoed eraf, koelkast leeg etc. etc. We hebben een camping op het oog aan de westkust van San Francisco, de foto’s op internet zien er goed uit. En er is als we aankomen nog welgeteld één plek. De prijs (ga even zitten als je dat nog niet doet)? $ 91,- per nacht. Nee, we hebben geen luxe privéplek met ruim grasveld eromheen. Ik heb het over een plak asfalt hutje mutje op je buurman. Zo erg dat wanneer je je deur opent, je zo bij de buren naar binnen stapt. Het is gewoon een parkeerplaats eigenlijk, met douches. Wifi op je plek? Nee hoor, alleen in het washok. Maar als je naar de laatste rij campers loopt is het uitzicht inderdaad fantastisch. Moet je alleen het hek even wegdenken dat er is neergezet vanwege erosie van de kliffen. En de zwerver die er z’n zoveelste blik bier drinkt. Als we na overleg en andere alternatieven te hebben afgewogen toch maar ‘ja’ zeggen ben ik net een minuut eerder binnen dan de aardig uitziende Franse dame achter me. Die krijgt ‘full’ te horen. Het is jammer dat de ruimte het niet toelaat, anders hadden we prima een plek kunnen delen.

Onze mega dure camping aan de kust van San Francisco

San Francisco is echt wel fris ook, wennen weer. En het waait stevig hier aan de kust. Dus jas aan, lange broek, dichte schoenen. We eten de laatste keer binnen in onze camper en nemen langzaam afscheid van ons beestje. Wat hebben we het heerlijk gehad afgelopen weken! Ik kan het iedereen aanraden. De ‘camping’ blijkt verscholen in het midden ook nog een speeltuintje en zwembad te hebben. Gelukkig, kan Fynn in ieder geval nog even z’n energie kwijt. Maar zwemmen is aan ons niet besteed. Veel te koud.

Zaterdag – San Francisco by night en iets met water…

Henk zet Fynn en mij af bij het hotel voor vanavond met ons hele hebben en houwen. En dat is veel inmiddels want ook de autostoel nemen we mee naar Canada. Henk gaat alleen de camper inleveren en komt dan terug. Dan hoeven we niet opnieuw met alle bagage te slepen want dat is een van de dingen die ons aardig tegen begint te staan. We hebben ook veel te veel mee. De kamer is nog niet klaar, maar we eten op het stoepje ons laatste ijsje en de Ipad is afgesteld op You Tube, dus Fynn hoor je niet meer. De jongen van de receptie weet niet zo goed wat ie ermee moet, die twee voor de deur. Hij loopt de benen onder z’n lijf uit om onze kamer als eerste klaar te maken. We kunnen er dan ook snel in.

Henk is er nog niet en ik besluit efficiënt te doen. Heel soms doe ik dat. 😉 Ik laat het bad vollopen voor Fynn en begin zelf aan de Esta-formulieren voor Canada. Dan hebben we dat op tijd geregeld. Fynn roept uit de badkamer: “Hi mama, kom eens kijken” “Ja Fynn, straks. Ik ben heel even bezig.” “Fynn stroomt het bad al over?” vraag ik twee minuten later met een knipoog. “Ja” krijg ik terug. Nog geen alarmbellen. Als ik een hoop gespetter hoor roep ik weer terug: “Fynn, water moet in het bad blijven. Niet zo plonzen”. Maar het stopt niet. Een beetje geïrriteerd stap ik de badkamer in. Natte voeten. De hele badkamer staat blank en het loopt inmiddels de kamer in, zo onder de vloerbedekking. Shit! Hoe gaat die kraan uit, hoe stop ik dit? Waar liggen de handdoeken? Fynn vindt het maar wat grappig. Als ik eindelijk de badkamer weer droog heb en de manager nog niet bij me op de stoep gestaan heeft met klachten van de benedenburen staat Henk weer voor de deur. Pff, ik kan weer ademhalen.

We hebben de hele middag nog, dus na Fynn z’n slaapje gaan we op pad. Henk pakt in de tussentijd maar weer eens een kappertje. De laatste keer was in Ubud, twee maanden geleden alweer. We gaan met BART, een soort van Metrolijn. Ons hotel is niet in het centrum, maar de halte van BART is wel in de buurt dus we rijden zo het centrum in. Even sfeer proeven ondanks de kou. Het is fris en het waait hard, niets aan. We spotten het kabeltrammetje en de mehari ervoor en trotseren de heuvels richting Union Square. En uiteindelijk lopen we door naar Fisherman Wharf waar het een gezellige bedoeling is met straatartiesten, restaurantjes en zeeleeuwen voor de pier. En vervolgens via de speeltuin naar de Italiaan. Heerlijke pizza gegeten. De lekkerste tot nu toe volgens Henk. We sluiten de dag af met San Francisco by night.

San Francisco by night

 

Zondag – A day at the park

Het is nog steeds fris in San Francisco en de zon is ver te zoeken. Maar we willen natuurlijk toch wat van de stad zien. Dus trui aan, jas erover en gaan. Henk houdt stug vol z’n korte broek aan te doen. Optimist. We besluiten weer een dag in het teken van Fynn te zetten en gaan op zoek naar een speeltuin. Het wordt het Golden Gate park. Het park heeft wel iets weg van Central Park in New York en is zelfs nog iets groter. Er is in de weekenden vaak wat te doen. Als we aankomen is net de jaarlijkse Aids Walk afgelopen. Het is gezellig druk, de band speelt nog, de eetkraampjes zijn nog in volle bedrijvigheid en de speeltuin is lekker vol met kids. Fynn gelukkig, wij gelukkig! Het leukste? De stenen glijbaan waar je met een stuk karton vanaf kan glijden. Leuk vinden de moeders dat ook denk ik, je broek gaat niet heel lang mee hier. De restanten van de eetkraampjes worden ondertussen uitgedeeld, dus Henk heeft de rugzak vol zakjes appel, pakjes drinken en hij heeft ondertussen al twee ijsjes op. Fynn leeft zich helemaal uit en hij is halverwege de middag helemaal kapot. Z’n middagslaapje is er wat bij ingeschoten dus hij is er niet gezelliger op geworden. Boodschappen doen met hem wordt ‘m niet daarom snel met de bus naar huis. Daar eten we lekker wat simpele noodles zodat Fynn snel naar bed kan. Hij is binnen een paar seconden vertrokken. Hij heeft z’n kussen amper aangeraakt. Heerlijke dagje zo maar iets meer zon zou welkom zijn.

We blijven nog twee nachten in deze gezellige stad, volgende week onder andere ons fietsavontuur over de Golden Gate bridge.

Blijf ons volgen en deel onze avonturen

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *