Reisverslag USA – wereldreis week #19

De week dat we onze Amerika roadtrip voorzetten langs rode rotsen, watervallen en de gekte van Las Vegas. Man, wat is die stad bizar. Zo ineens vanuit de woestijn. We spelen in riviertjes, klimmen naar watervallen, struinen over de strip van Vegas en delen onze campsite met mevrouw hert en tal van eekhoorntjes.

Maandag – ouderwets dammetjes bouwen

De eerste nacht op de camping naast Zion National Park was niet echt een succes. Druk, vies, duur en er komt toch ander volk op af dan op de basic campings in het park. Vroeg op dus in een poging een plekje in het park te bemachtigen. Vroeg op betekent bij ons dat we om tien uur een keer onze camping af rijden. Gelukkig is het park letterlijk om de hoek. We kunnen terecht, plek zat nog op dit tijdstip. Het is hier ‘first come, first serve’ dus geen reserveringen maanden van tevoren. Dat is ons geluk! Camper installeren en dan vanaf de camping zo het park in.

We nemen de shuttlebus diep het park in en stappen uit bij de laatste halte: Temple of Sinawava. Hier start de relatief makkelijke Riverside walk. Perfect te doen. Fynn wandelt de gehele route zelf, op zoek naar bruggetjes en kleine watervalletjes die door de rotsen druppelen. En ook niet vervelend, omdat het nog vroeg is, is de route voor een groot deel in de schaduw. Aan het einde wacht de rivier op ons, geen woeste stroming maar een prima riviertje om in af te koelen. Hier start ook de meer uitdagende en populaire Narrows trail. De naam zegt het al, je gaat letterlijk de smaller wordende canyon in waar de Virgin-rivier doorheen stroomt. Het kriebelt bij Henk, die wil wel. Fynn en ik sturen ‘m op pad en wij vermaken ons in het riviertje. We bouwen dammetjes terwijl we hordes mensen een poging zien wagen de rivier over te steken. Hele families met wandelstokken, waterschoenen, rug- of buikdrager voor de kids, koeltassen en al badend door de rivier. Je klautert over keien en zigzagt door het water van de ene rivierbank naar de ander. Natte voeten gegarandeerd! Voor iets oudere kids wel echt een stoere wandeling. Anderhalf uur later komt Henk voldaan terug. Zeiknatte voeten maar z’n broek is net droog gebleven.

Als we ’s middags terugkomen bij de camper kan Fynn mooi nog even slapen (best warm in de camper) en bij gebrek aan een zwembad en een douche duiken we ’s middags gewoon hetzelfde riviertje achter de camping nog even in. Jeugdsentiment, onze campings in Frankrijk hadden altijd een riviertje. Uiteraard eentje waar je dammetjes kon bouwen. Dat we dit niet eerder bedacht hebben, Fynn vermaakt zich zelfs beter dan in een zwembad. Dammetjes bouwen is bij hem ook favoriet, net als stenen gooien en (kikker)visjes vangen. En stiekem vind ik het ook nog steeds erg leuk. Dolle pret dus! En dat alles met rode rotspartijen op de achtergrond.

Dinsdag – Emerald pools

We hebben nog lang niet alles gezien in Zion en plakken er nog een nachtje aan vast. De shuttle brengt ons vandaag tot aan de start van de Emerald Pools Trail. De kids worden niet vergeten in al die nationale parken. Zo ook hier, een ranger legt in Jip en Janneke taal uit welke dieren er in het park leven. Fynn is aardig onder de indruk van de visjes door het vergrootglas en van de opgezette spin: een Tarantula. Met deze spin in ons achterhoofd starten we de hike… We verwachten ook hier een verfrissende duik aan het eind, maar helaas. Je mag deze pools niet in. De wandeling tot aan de eerste ‘lower’pool is goed te doen, het vervolg naar de ‘middle’ en ‘upper’pools zijn iets pittiger. In de zon en klimmen maar niet al te lang gelukkig. Het uitzicht maakt alles goed. En we hebben het riviertje bij de camping in ons hoofd, dus na een picknick in het park gaan we snel terug naar de camping.

Fynn naar bed en na het slapen spullen pakken en op naar de camping. Ik heb ondertussen op onze dure eerste camping nog een wasje gedaan en met een gevonden douchemuntje even zes minuten gedoucht. Tijdens het wachten op de was probeer ik met de wifi van de camping nog wat voor m’n site te doen. En Henk heeft de nodige boodschappen gehaald. Zo is de tijd weer goed besteed. Wat we tot nu toe een beetje missen op de route zijn de grote, voordelige supermarkten. Je hebt wel de buurtsupertjes, maar die verdienen goud geld aan al die reizigers hier in de parken. We halen hier dus maar het broodnodige, wie weet kunnen we morgen weer een keer groots inslaan.

Woensdag – Van de zon in de drup

We plannen vandaag een rit naar een plaatsje halverwege de route naar Las Vegas. Dan kunnen we in de ochtend nog een keer Zion NP in. Weeping Rock wacht. Leuk en kort klimmetje, goed te doen met (jonge) kids. Zoals de naam al doet vermoeden druppelt het water hier door het gesteente naar beneden. Een huilende rots. Rara hoe kan dat. De vriendelijke ranger legt het aan ons uit. Ook voor papa’s en mama’s fijn kan ik je verzekeren want de kids gaan onvermijdelijk vragen: ‘hoe kan dat mama?’. Ik heb goed opgelet. Het water dat hier naar beneden drupt, zo lekker in je nek, is al zo’n 1200 jaar oud. Dat is de tijd dat het nodig heeft gehad om van bovenaf dwars door dit gesteente te sijpelen en 1200 jaar later aan de onderkant uit de rots te druppen. Dat maakt die druppel in m’n nek toch ineens bijzonder. De rotsen zijn door al die druppen begroeid met mos en varens, het wordt dan ook wel de hangende tuin genoemd.

Goed, met de druppels nog in m’n nek rijden we vandaag naar Mesquite. Een klein plaatsje precies op de grens van Arizona en Nevada, met op de route een grote supermarkt en talloze goedkope tankstations. Fijn! Je merkt dat het richting Las Vegas allemaal wat commerciëler wordt (veel aanbod, vooral langs de snelweg) maar we zijn nog steeds midden in de desert. De rit naar Mesquite is vooral heel winderig maar nog altijd uitgestrekte landschappen. De camping is gigantisch, maar als wij rond vijf uur arriveren praktisch leeg. Op wat permanent bezette plekken na. Laagseizoen. En gezien de temperaturen snap ik dat wel. We zitten weer dik in de veertig. Dat is ook niet vreemd, we komen in de buurt van de heetste plek van Amerika: Death Valley. Airco dus weer aan vannacht. En Fynn, die duikt snel het zwembad weer in. Hou je hoofd koel!

Donderdag – Regenbogen in de Valley of Fire

Viva Las Vegas! Vandaag gaat het eindelijk gebeuren. De verwachtingen zijn hoog. Travelhome, onze camperverhuurder, adviseert een kleine omweg via het Valley of Fire Statepark. De moeite waard staat er en dus nemen wij vanaf de snelweg de afslag naar dit park. Bizar! We lezen over rode rotsen die afsteken tegen blauwe luchten, maar wanneer wij de afslag nemen is daar nog niks van te zien. Het landschap is relatief vlak met in de verte wel bergen. We rijden elf mijl het landschap in en dan ineens zijn we tussen, jawel, de rode rotsen. Niks teveel gezegd. Het is een relatief klein park, maar wat ons betreft een verborgen pareltje. Dit park heeft niet alleen rode rotsen, maar vooral heel veel kleur. Rainbowpoint is daar een mooi voorbeeld van: rotsen met rode, gele, roze en witte tinten, als in een regenboog. Blauwe lucht, oranje zand en groene struikjes ervoor. Een prachtig plaatje. We twijfelen zelfs even of we hier niet een nacht moeten blijven maar doen het niet. Dan komen we toch echt een beetje in de knoop met onze dagen. We rijden dus door het park wat al een attractie op zich is en stoppen bij enkele highlights. We doen twee hele korte hikes, want vanwege de hitte en het ontbreken van schaduw is wandelen erg gevaarlijk. Dodelijk zelfs volgens de waarschuwingsborden. Dat we in de buurt van Vegas komen blijkt wel als we een witte limousine door het park zien rijden. Een pas getrouwd stel kiest dit park voor de trouwceremonie en hun bruidsfoto’s. Ik snap dat wel met al die mooie kleuren hier. Mooi gezicht zo’n parelwitte bruidsjurk met op de achtergrond een rode rotswand. Misschien moeten we in Vegas dan toch maar…

Vrijdag – Viva Las Vegas

We staan op de campsite van Sam’s Town, een half uur vanaf Las Vegas Boulevard ofwel ‘the strip’. Een KOA-camping voor de verandering. De plek stelt weinig voor, dit is inderdaad de plak asfalt waar we van te voren voor gewaarschuwd waren. Maar je plek kost dan ook maar 20 dollar. En er rijdt een gratis shuttlebus naar ‘the strip’, er is weer een zwembad en een soort van wifi verbinding maar alleen bij het kantoor en zwembad. Wij blij! De ochtend vullen we in het zwembad, dan kan Fynn daarna slapen en dan eind van de middag op pad. We gaan bewust pas in de middag, dan pakken we nog mooi iets van de lichtjes mee als het straks donker wordt. En ook hier nog temperaturen boven de 40 graden dus de hele dag door de stad slenteren is geen optie.

Pompiedom. Even naar de shuttlebus lopen denken we maar hé, ‘this is america’. Even snel bestaat niet. We moeten dwars door het megahotel annex casino dat hoort bij Sam’s Town en dat betekent: het hele casino door tot aan T.G.I.Friday’s (de populaire burgerketen) en dan bij de waterval naar links. Doorlopen tot aan vier grote klapdeuren en dan vind je de shuttlebussen. We zijn net op tijd voor de bus. De beschrijving klopt precies, Welcome to Vegas! Overal waar je kijkt casino’s, muziek, straatartiesten, lichtjes, billboards. Maar ook de keerzijde, veel zwervers hier op straat. Zouden die dan echt alles vergokt hebben? Of zijn het gelukszoekers die hier hopen op een beter bestaan door een gulle gift? Ook bij ons op de camping een aantal freaky figuren. Ik tref ’s morgens bij de toiletten Ma Flodder, die vanaf het toilet een heel gesprek met me begint. Ik versta er geen snars van. Onze achterbuurman rijdt in een oude cadillac en heeft geen zin om achteruit in te parkeren, dus gebruikt hij, terwijl wij rustig ontbijten, onze plek om overheen te rijden zodat zijn auto gelijk goed staat. Hij gaat rakelings langs ons heen en Fynn z’n speelgoedauto’s ziet ie waarschijnlijk niet eens. De wielen gaan er rakelings langs. En bij het zwembad ontbijten een aantal gasten met een blik bier.

Ok, terug naar de strip. We kijken onze ogen uit. In een paar uur struinen we van Rome naar Parijs en via Venetië naar New York. Uiteraard vergeten we de fonteinen bij het peperdure Bellagio niet en pakken we ook nog mooi even een vulkaanuitbarsting mee bij het Mirage-hotel. Ook het reuzenrad en de monorail ontbreken niet. Eten doen we in stijl: bij de Mac. Ik had gedacht dat Fynn het indrukwekkender zou vinden, maar het interesseert ‘m geen bal. De lichtjes vindt ie wel mooi ja, maar het vuur bij de vulkaanuitbarsting vindt ie maar wat eng. Hij is vooral enthousiast over de kleine “voetbalplaatjes” met daarop halfnaakte dames. Die worden uitgedeeld op iedere hoek van de straat en liggen dus overal op de grond. Een sterretje verhult nog net de meest intieme plekken van de dames. Waarop Fynn concludeert dat deze mevrouw “vieze billen” heeft. Hij moest eens weten… Helaas geen grote show voor ons hier, daar heeft de kleine man het geduld echt niet voor. Maar dat moet wel gaaf zijn hier: concerten, theater, Cirque du Soleil. Wij hebben rond half 10 de laatste shuttlebus terug naar onze degelijke camping. Dag Vegas! Leuk een glimp te hebben meegekregen.

Zaterdag – Leaving Las Vegas

Oh, voor wie het zich afvraagt: Nee, we zijn niet getrouwd. Elvis had geen plek meer in de agenda. 😉 We hebben ook nog lang niet alles gezien in Vegas. Zwemmen met haaien, laser lichtshow bij Fremont, de achtbaan bij New York New York. En dan heb ik het nog niet eens over de binnenkant van al die hotels. Het is zo groot hier! Vegas is alleen met Fynn gewoon niet zo’n succes en Henk heeft het ook wel gezien. Eén grote poppenkast noemt hij het maar hij vindt het ook wel weer leuk om gezien te hebben. Dus geen extra nacht hier. We zoeken de echte wereld, de rust en de mooie natuur weer op. En zo rijden we de gekte weer uit. Uiteraard draaien we met de camper de strip nog een keer op en leggen we ons gezinnetje vast op de gevoelige plaat bij het beroemde ‘Welcome to Las Vegas’-bord. En zo gauw als Vegas opdoemt, zo snel ben je ook weer op de eindeloze snelwegen door de kale vlakte. Wel veel auto’s op de weg, je moet toch wat als je in de woestijn woont. Kilometers na Vegas duikt er dan ineens nog een verdwaald casino op, maar verder zie je er niks meer van.

We rijden om Death Valley heen vandaag, erdoorheen mag van de camperbaas niet vanwege de extreme hitte. Op temperaturen tot 50 graden is de camper niet berekend. Daar kwamen we bij Joshua Tree NP al achter. Tot nu toe rijden we alles op de bonnefooi en kloppen dan rond vijven een keer aan bij de “herberg” voor een plekje. Ook nu bij Lake Isabella, onze stop op weg naar Sequoia National Park. Een droomcamping voor Fynn: zwembad, speeltuin zonder veel te hete glijbaan en met super stoere speelhuisjes, een fonteinenplein, openlucht bioscoop. Helemaal leuk en er is nog plek, ondanks het weekend. Voordat ie in bed ligt heeft ie alle attracties al gezien en er is tussendoor nog ergens een hap gegeten. Naar bed gaat hij overigens pas rond negen uur, als het niet later is. Timing blijft niet onze sterkste kant en daarnaast is het dan ook vaak pas een beetje uit te houden in de camper. Al zijn de temperaturen al veel aangenamer hier. En uitslapen dan? Nee hoor, gewoon tussen zeven en half acht wakker.

Zondag – Naar het berenbos met reuzebomen

We halen alles uit deze camping en zo kan Fynn in de speeltuin en het zwembad z’n energie kwijt voordat we hem weer vastzetten in z’n camperstoeltje. Stipt 11 uur, check-out time, rijden we de camping af. Op naar de reuzebomen van Sequoia National Park. Het is niet zo heel ver gelukkig, maar je stopt eens ergens, even tanken, boodschappen doen, broodje erin, foto’tje. De dag vliegt voorbij. Wanneer we rond vijf uur aankomen bij de meest zuidelijke ingang van het park staat er overal ‘Full’ achter de campsites. En de smalle weg die vanuit hier door het park loopt, met al zijn haarspeldbochten is niet geschikt voor voertuigen langer dan 22 feet. Wij zijn dus net twee feet te lang. Omkeren dus. Wat nu? Net buiten het park een campsite zoeken en morgen via de ingang aan de westkant, de ingang van Kings Canyon, het park in? Sequoia NP en Kings Canyon NP grenzen aan elkaar en lopen in elkaar over. Via de Kings Canyon entree komen we dus ook bij de reuzebomen. Maar buiten het park slapen, daar nemen wij natuurlijk geen genoegen mee. En dus rijden we al een flink stuk richting die west ingang, dan zijn we morgen op tijd in het park. De camping die we voor ogen hebben is echter totale vergane glorie. Dan toch maar proberen of er aan deze kant van het park nog ergens plek in het park is? Henk vraagt het zich hardop af. Ok, ga maar, jij moet rijden. En zo rijden we, tegen half acht en een beetje tegen beter weten in, naar de ingang van Kings Canyon. En? Tatatata… Plek! En dus slapen we ook vanavond weer gewoon basic in het park, volgens plan. Na een lange dag rijden, dat wel. Nou ja in het park, midden in het bos eigenlijk, het berenbos welteverstaan want het is het leefgebied van de zwarte beer. Spannend! Moe maar voldaan ploffen we neer in de campingstoel. Truste!

Blijf ons volgen en deel onze avonturen

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *