Reisverslag USA & Canada – wereldreis week #21

De week waarin we USA gedag zeggen en Canada verwelkomen. In beide landen pakken we de fiets het park in. Het is sowieso de week van ter land, ter zee en in de lucht. Niet eerder maakten we gebruik van zoveel verschillende vervoersmiddelen als deze week. Met als hoogtepunt: de eerste kilometers in onze hummer.

 

 Maandag – Fietsen San Francisco, over de Golden Gate

We zijn echt een lekker Hollands gezin. De fiets, daar worden we blij van. Je ziet zoveel meer als je gaat fietsen. San Francisco is er niet gelijk de meest ideale stad voor, maar wat is leuker dan een rit over de Golden Gate bridge? We reserveren de fietsen online, een aantal aanbieders geeft dan een flinke korting. In ons geval 30%, toch zonde om te laten liggen. Ook dat is Hollands natuurlijk. Met de voor ons inmiddels bekende BART-trein gaan we het centrum in, de bus zet ons vervolgens af in de straat waar we zijn moeten. Ons niet realiserende dat deze straten behoorlijk lang zijn. En heuvelachtig! We zijn uitgestapt ter hoogte van nummer 786 en onze fietsverhuur is op nummer 1772. Klimmen dus! San Francisco is gebouwd op de heuvels. En dat hebben we geweten. Nog voordat we op de fiets zitten heb ik al spierpijn. Wat dan weer wel leuk is, is dat we bij toeval het meest bekende stukje van Lombard street meepakken: de meest bochtige straat van de wereld. Uit nood ontstaan, om de 27 graden helling te overbruggen. Knap parkeren hier… Mij niet gezien!

Panorama - Fietsen San Francisco

 

Eenmaal op de fiets zijn we in ons element. We gaan richting het Golden Gate park, plannen een picknickstop met uitzicht op de brug en verzamelen dan alle kracht om de brug zelf te beklimmen. Fietsen in San Francisco betekend een kleine opstopping aan het begin van de brug (we zijn natuurlijk niet de enigen), maar daarna is het prima fietsen. De brug zelf is bijzonder om overheen te rijden, maar het uitzicht is ook niet verkeerd. En het weer zit ons mee. De brug is, op een paar wolkjes na, bijna in z’n geheel te zien. De rode kleur is niet voor niks gekozen, zo kunnen schepen de brug ook met mist zien aankomen. Die kleur rood wordt door 30 schilders onderhouden. Nog een paar bizarre feitjes: De brug is al in 1937 gebouwd, vier jaar hebben ze er over gedaan. Waarbij, ondanks het gespannen veiligheidsnet, 11 bouwvakkers om het leven kwamen. En geen enkele brug is in films zo vaak ingestort als de Golden Gate bridge. Gelukkig staat (of hangt) hij er in het echt nog steeds.

Eenmaal aan de andere kant, bijna drie kilometer verder, fietsen we door naar het verderop gelegen dorpje Sausalito, vanwaar we met de veerboot terug willen varen naar de overkant. Ook daarin zijn we niet alleen, een lange wachtrij bij de veerboot, iedereen met de fiets in de hand. De middenstand in dit schilderachtige plaatsje heeft slim ingespeeld op deze toeristische trekpleister. Volle terrassen en souvenirwinkels. En dan arriveert de boot. Een honderdtal fietsen die ingeladen worden en dat meerdere keren per dag. Wat een organisatie! Onderweg passeren we opnieuw de Golden Gate brug en kunnen we ’n vanaf zee op de foto zetten. We zijn net op tijd terug bij de fietsverhuur en behoorlijk verkleurd. Afsluiten doen we de dag bij de Vietnamees aan de overkant van de straat. Een gokje, maar voor weinig eten we onwijs lekker. En dan gauw naar “huis”.

Dinsdag – Cablecar & zeeleeuwen. Drie!

Onze laatste dag in de USA. Vijf weken zijn echt voorbij gevlogen. Morgenochtend, in alle vroegte, melden we ons op de luchthaven van San Francisco. Ruim 4800 kilometer hebben we afgelegd, door vier staten zijn we getoerd. Temperaturen van 50 graden tot ’s nachts zeven. Van onder zeeniveau tot bijna drie kilometer hoogte. En nog hebben we lang niet alles gezien. Ik zeg: goed excuus om nog eens terug te gaan.

Wat we natuurlijk nog wel moeten doen voordat we vertrekken uit San Francisco is een rit in de historische kabeltram. De cablecar is de laatste tram die puur en alleen door mensen wordt bestuurd. Remmen met een blok hout en voortgetrokken door kabels in een geul net onder het wegdek. En van de 23 lijnen die ooit, lang geleden, gereden hebben zijn er nu nog drie over. Voor een groot deel, of eigenlijk voor het grootste deel, bedoeld als toeristische attractie. Een enkele rit kost zeven dollar. Daar gaan we. Bij het begin en eindpunt is het onwijs druk. We informeren even bij de mensen vooraan in de rij. Ze staan er al zo’n twee uur en de rij is inmiddels alweer langer dan waar zij begonnen waren. Dit gaan we dus niet doen. We wandelen iets verder de heuvel op. Eén halte verder dan het beginpunt. Binnen 30 minuten zijn we aan de beurt en mogen we mee. Dit was dus de tip van de week! Heb je ‘m genoteerd?

Bij de haltes die nog komen wordt de tram voller en voller gestouwd. Wij zitten best aardig, achterin, en dus kunnen we naar buiten kijken. Sta je middenin dan zie je bar weinig en moet je het doen met het idee dat je dus nu een ritje maakt in DE tram. We stappen uit bij Hyde Street park aan zee waar we onze zelfgemaakte lunch naar binnen werken. Dan lopen we door naar Fisherman’s Wharf, kunnen we bij Pier 39 de zeeleeuwen nog even bekijken. Was het daar een paar dagen geleden echt nog te fris voor, nu doen we het in een stralend zonnetje. In de wintermaanden liggen de vlonders hier vol met zeeleeuwen, in het recordjaar 2009 zelfs 1700 stuks. Vandaag zijn het er welgeteld… drie. Ze zijn hier gewoon in de zomermaanden niet en gemigreerd naar plekken waar ze hun jongen krijgen. Er zit niks anders op dan onszelf te trakteren op een mega ijsje van Ben & Jerry’s. De zeeleeuwen zijn we snel vergeten. En dan? Met BART terug naar het hotel, tassen pakken. Noodles opmaken, koekjes opmaken, chips opmaken. Alles moet op voordat we vannacht weer paraat staan.

Woensdag – Hello Canada!

04:00 uur de wekker. Je denkt best relaxt te vliegen als er 08:00 uur op het ticket staat, maar dan moet je er wel om 05:00 uur zijn natuurlijk. Pffff…niets voor mij. We vertrouwen weer op BART die al vroeg in de ochtend rijd en zijn in 30 minuten op de luchthaven. Niet te geloven maar de hele metro zit al vol op dit tijdstip. Het is een hele verhuizing, want we hebben ook het autostoeltje meegenomen. Maar bij West Jet is het goed geregeld, je betaalt voor je koffer maar kinderaccessoires mogen gratis mee. Zowel de rugdrager als het autostoeltje dus. Al hadden we die eerste al ingecheckt als gewone bagage en dus moeten we die 20 dollar even terug zien te krijgen. In twee uurtjes vliegen we naar Canada. Ook in Vancouver een prima openbaar vervoer netwerk dus we pakken opnieuw de metro. De Canada-line dit keer. We nemen een Japanse dame op sleeptouw. Ze is hier twee weken en halverwege ontmoet ze haar neef in Ontario (als ik het goed begrepen heb). Of ze met ons mee mag reizen, ze slaapt namelijk in hetzelfde hostel. Gezellig! Wat we wel (met enig doordrammen) hebben geregeld is dat we het autostoeltje, op eigen risico, alvast achterlaten bij het autoverhuurbedrijf. Dat scheelt een hoop gesleep. Over twee nachtjes halen we de auto pas op, dus tot die tijd staat ie daar prima.

Met de metro en de bus belanden we eind van de ochtend in Jericho Beach, net buiten Vancouver. We hebben de hele middag nog als we eenmaal zijn geïnstalleerd, maar ik ben kapot. Alsof ik een dikke jetlag heb. Fynn en Henk hebben nog wel energie voor het strand, ik val spontaan in slaap en heb dus even lekker bijgeslapen. Het is een heerlijk strand hoor ik later met uitzicht op de skyline van Vancouver. Ons onderkomen van vandaag: een hostel van Hostelling International, de internationale versie van StayOkay. Wel een eigen kamer, maar douchen op de gang en een gemeenschappelijke keuken. Hoe moest dat ook alweer, koken in een studentenhuis of eh hostel? Oh ja, je snijdt je groente met een broodmes en moet eerst de pan nog afwassen voordat je ‘m kunt gebruiken. En je spullen in de gezamenlijke koelkast zijn weg of verplaatst als je niet oppast. Nou die pasta is anders aardig gelukt.

Donderdag – Spetteren in Stanley Park

Na bijna vijf maanden reizen hebben we nog steeds niet iets dat een ritme heet. Misschien kan dat ook helemaal niet op reis. Fynn ligt soms pas om 22:00 uur in bed. Zeker hier in Canada waar de dagen lang zijn. Het is pas na 10 uur donker en voor vijven weer licht. En donkere gordijnen kennen ze in dit hostel niet. Dat bevordert het slapen niet. Wat we inmiddels zeker weten is dat hij gewoon om 07:00 – 07:30 uur wakker is en dan iets moet doen, aandacht wil. Nog even lekker rommelen op de hotelkamer? Forget it! Even internetten. No way! De beschikbaarheid hier in Canada is wel echt even een ander verhaal dan op alle andere bestemmingen waar we geweest zijn en we moeten dus na 1 nacht verhuizen. Even rustig met z’n tweeën zoeken naar een volgend plekje is er deze morgen niet bij. Fynn wil aandacht of moet de deur uit. Gelukkig hadden we in de buurt al iets nieuws gevonden, nog geen 10 minuten met de bus. We slapen vanavond op de universiteitscampus in een studentenkamer. Deze appartementen staan de zomermaanden leeg en worden dan verhuurd door de studenten. Ze worden trouwens ook als conferentiehotel gebruikt dus het is niet wat je denkt. Super netjes, eigen keuken, schoon, nieuw, fris. Zelfs een campingbedje. Top! En Starbucks koffie als bonus. Goede deal!

Op de campus zit ook een fietsverhuur maar daar hebben ze helaas geen kinderzitjes. Dus pakken we de bus downtown en huren daar fietsen. We toeren door het Stanley Park, ruim 4000 km2 groot, groter nog dan Central Park in New York. We nemen net als 8 miljoen andere toeristen per jaar de False Creek Seawall, de 9 kilometer lange dijk om het park die wordt gebruikt door fietsers, wandelaars en skaters. Voor Fynn stoppen we bij een waterpark en hij geniet ervan om papa nat te spuiten met een waterpistool. Daarna is ie gebroken en valt ie achter op de fiets in slaap. Zo merkt hij ook niet dat wij stiekem een Italiaans ijsje kopen bij een heerlijke ijssalon, tip van de fietsverhuurder. De bus terug valt nog niet mee. De eerste bus rijdt door, te vol. De tweede wil ons niet meenemen, we hebben geen muntgeld voor het kaartje maar belangrijker nog, geen kinderwagen voor Fynn! In de bus? De eerste keer dat we dat horen. En we hebben toch al menig bus versleten. De volgende buschauffeur doet niet moeilijk en dat is maar goed ook want het is de laatste bus. Op naar de campus!

Vrijdag – Liefde op het eerste gezicht

Vandaag halen we onze huurauto op. Van Sunny Cars, daar zijn we altijd erg tevreden over. Net als over Simone, die dat weer keurig voor ons heeft geregeld (thnx!). We hebben tegen een kleine toeslag gekozen voor een SUV, een iets grotere auto. Handig voor al onze bagage. En we hebben weer eens geluk. We krijgen van de lokale partner een upgrade. Een nog grotere auto waarschijnlijk. Als we de auto opzoeken blijkt dat niets teveel gezegd. Een soort van hummer staat op ons te wachten, met alles erop en eraan. Het is echt een patserbak met stoere velgen, geblindeerde ramen en navigatie. Handig, hoeven we dat er niet bij te huren. En ons autostoeltje staat er nog en past ook in deze bolide. Hup daar gaan we weer. Op naar de Walmart. We willen hier in Canada veel buiten picknicken dus we moeten het een en ander aanschaffen. Dan is dit de supermarkt. Ze hebben hier werkelijk alles voor binnen en buitenshuis. Met een koelbox, voetbal, meer dan honderd pampers (Fynn is helaas nog niet zindelijk) en tassen vol boodschappen lopen we naar buiten. Beste aankoop: een aerobed voor Fynn. Omdat accommodatie zo moeilijk te krijgen is hebben we hoor hem maar een campingbedje gekocht want dan kunnen we hem in ieder geval altijd bij ons op een tweepersoonskamer leggen. Die zijn namelijk vaker beschikbaar dan de familiekamers.

Onze huurauto in Canada

 

De rest van de dag doen we niets meer. Even relaxen na alle drukke dagen. Daar zijn we alledrie erg aan toe. We moeten nog wel even naar onze volgende accommodatie. Een AirBnB dit keer, in Richmond, ten zuiden van Vancouver, een kort ritje. Een Aziatische oma begroet ons en legt ons in gebarentaal uit hoe en wat, ze spreekt namelijk geen Engels. Dit is duidelijk niet de ‘Yong’ die als verhuurder op de site stond. Afijn, de acco is prima, ruim, plek zat voor Fynn z’n nieuwe aerobed, een eigen douche en gemeenschappelijke keuken. Als ik ’s avonds risotto sta te koken komt oma weer even om de hoek kijken. Ze doet de afzuiger voor me aan, ze doet een deksel op de pan, ze wijst me op de olijfolie die ik kan gebruiken. Vist het plastic bakje van de champignons uit de prullenbak, want die gebruikt ze in d’r moestuintje. Ja ze houdt alles goed in de gaten. Eet smakelijk!

Zaterdag – Veerboot naar Vancouver Island

We hebben de veerboot geboekt naar Vancouver Island. Een dag van tevoren en er bleek gelukkig nog plek te zijn. We zeggen oma ‘Yong’ gedag en gaan extra vroeg naar de boot. Rijen van 1,5 uur volgens de chauffeur van BC Ferries, de veerbootmaatschappij, die andere gasten in de Air BnB heeft weggebracht. Ruim 1,5 uur van tevoren zijn we er dus en de rij valt mee. Er is eigenlijk helemaal geen rij. We kunnen meteen doorrijden naar de opstelplaats voor alle voertuigen. Toevallig is dat precies naast de winkeltjes en speeltuin. Fynn klimt gelijk in de toestellen en wij testen de cappuccino. En er is gratis wifi. Geen straf om hier in het zonnetje te wachten dus. De vaart naar Vancouver Island duurt twee uur en vliegt voorbij. We houden onze ogen open voor walvissen, want het kan zo maar zijn dat die hier voorbij zwemmen. Maar vandaag helaas niet. Als we aanmeren in Duke Point is het nog een kleine 10 minuten naar Nanaimo waar ons hotel voor vanavond ligt.

Na de goede ervaring in Vancouver hebben we opnieuw een studentenappartement geboekt, op de campus van de universiteit van het eiland. Opnieuw prima appartement, alleen geen potten en pannen in de gemeenschappelijke keuken en geen koelkast (wel een vriezer), vreemd. Hoe moet dat nu met de pannenkoeken die ik wilde bakken. Via de receptie krijg ik toch wat gereedschap zodat ik aan de slag kan. Fynn en Henk vermaken zich ondertussen in de voetbalkooi annex basketbalveld dat bij de campus hoort. De bal is al snel aan de kant voor steentjes want stenen gooien blijft de nummer 1 activiteit voor Fynn. Hij verwart de steentjes al snel met de harde konijnenkeutels die hier overal verspreid liggen. Het stikt hier echt van de konijnen op het terrein. Handen wassen dus voor de pannenkoeken naar binnen gewerkt worden (met de handen natuurlijk). Net als we willen gaan slapen barst er in Nanaimo een gigantisch (sier)vuurwerk los. We hebben eersteklas uitzicht want we slapen op de 3e verdieping. Het vuurwerk is echt schitterend en is ter ere van de jaarlijkse badkuiprace die dit weekend in Nanaimo wordt gehouden. Klinkt gezellig, morgen maar eens polshoogte nemen.

Zondag – Badkuiprace in Nanaimo

We krijgen waar we niet voor betaald hebben: een ontbijtje. Bij de campuskantine kunnen we uitgebreid broodjes, koffie, sap, fruit en een yoghurtje halen. Maagjes weer goed gevuld. En ook aan de konijntjes wordt gedacht, want Fynn krijgt een koffiebekertje met konijnenbrokjes mee. Mag ie ze straks voeren. En ja hoor, de wilde konijnen in wit, grijs, bruin en zwart komen het zo uit z’n hand eten. Dat verklaart ook gelijk die grote aantallen, ik zou hier ook niet meer weg gaan.
We pakken op ons gemak de tassen weer in en rijden naar het dorpje Nanaimo voor de jaarlijkse badkuiprace. We verwachten een soort van zeepkistenrace, maar deze badkuipen zijn gemonteerd op een bootje met een buitenboordmotor erachter. Zo zijn ze omgetoverd tot kleine speedbootjes. En hard gaan ze. Op het festivalterrein zelf is er van alles te doen. Podium met artiesten, een biertuin, foodtrucks maar ook aan de kids is gedacht. Springkussens, schminken, hoepelen en natuurlijk de speeltuin. Fynn glipt zonder te betalen het springkussen op, niemand die het door heeft. En hij heeft de beste vier minuten van z’n Canada-avontuur al te pakken. Wat een gelukkig mannetje. Hij heeft het maar over Monkeytown, daar hebben ze die dingen natuurlijk ook staan. Zonder moeite klautert hij omhoog en vliegt vervolgens in volle vaart van de glijbaan af. Waar je al niet gelukkig mee kan zijn zeg. Wij genieten ondertussen van de zon, want wat is het onwijs goed weer. De warmere kleding had ik eigenlijk voor Canada ingepakt, maar dat is overbodig geweest denk ik. Nou ja, ik zeg nog niks. We hebben nog vijf weken, eens kijken waar die ons nog brengen gaan.

Eerstvolgende halte is Port Alberni, een stadje in het midden van het eiland. Dit stadje wordt ook wel de poort naar het Pacific Rim National Park genoemd. Dit park aan de westkust van het eiland wordt onze eerste kennismaking met de ruige Canadese natuur. Let’s go!

Blijf ons volgen en deel onze avonturen

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *