Reisverslag Indonesië – wereldreis week #12

Time flies when you are having fun! We zijn al bijna op de helft van onze reis. Deze week sluiten we Indonesië af. Acht weken hebben we over Java, Bali en Flores gereisd. Genieten! Flores was het toetje. En wat voor een? Deze week verbleven we ‘back to basic’ aan de kust, bezochten we traditionele dorpen en doken we in een warmwaterbron. Het hoogtepunt deze week? Letterlijk en figuurlijk, de Kilimutu, de vulkaan met de drie kratermeren.

Maandag – Een dag op de kampong

Na een warme nacht worden we wakker in een paradijsje. Eindelijk kunnen we de omgeving in ons opnemen die we gister, wegens gebrek aan elektriciteit, nog tegoed hadden. Ons hutje (Leko Lembo) staat pal aan het strand, uitzicht op de Inerie vulkaan, die ’s ochtends in volle glorie te zien is. Eigenaresse Jeanette tovert een stapel pannenkoeken tevoorschijn. Niet van die dikke met banaan, maar heerlijke dunne pannenkoeken met stroop. Hoe kun je je dag beter beginnen? In de omgeving is eigenlijk gewoon niks te doen. Hier ben je voor de rust en . We zijn vandaag onderdeel van het leven op de kampong. Er staan wat huisjes bij elkaar, er wordt groente verbouwd en er scharrelen kippen, varkentjes en honden rond. Die hier op Flores overigens nog steeds gegeten worden… Soupdogs; aldus onze chauffeur later deze week. Hij doelt op de honden die op het asfalt liggen te slapen of rakelings voor de auto langs oversteken.

Goodmorning Flores!

En tal van kids, een gemiddeld gezin heeft vijf kinderen. Jeanette vertelt dat hier weinig met de kinderen gedaan wordt. Ze worden naar buiten gestuurd en vermaken zich met elkaar. Maar zoals wij nog wel eens een middag knutselen, koekjes bakken of een voetbaltoernooitje organiseren, kennen ze dat hier helemaal niet. Ik haal Fynn z’n zandbakkenspeelgoed tevoorschijn en stel voor een zandkasteel te bouwen. Samen! Voor ik het weet heeft ieder kind een schep, hark, emmer of gieter. Aan de slag! Fynn geniet. En die niet alleen. Niet veel later ontstaat een spontaan water gevecht en zijn alle shirts doorweekt. Fynn z’n luier hangt op z’n knieën van het water. We worden uitgenodigd bij de buren voor een bakje thee en met wat handen- en voetenwerk wordt er wat gekletst. Jeanette spreekt Nederlands en Indonesisch dus die vertaalt. Ze houdt ook wel van kletsen, dus we worden lekker bijgepraat over het reilen en zeilen op de kampong. En zo vliegt een dag niks doen voorbij. Er wordt ook weer heerlijk voor ons gekookt, met licht van een zaklampje want de stroom valt weer eens uit.

Dinsdag – traditionele dorpen

Henk is om half 6 (!) al wakker en besluit de zonsopkomst mee te pakken. Ja, waarom ook niet? Dat blijft toch genieten, elke keer weer. Hij struint lekker over het verlaten strand, camera op zak, en komt een uur later terug met de mooiste schelpen die hier op het strand aanspoelen. We twijfelden over een extra nacht, maar besluiten toch door te reizen. We willen nog te veel zien hier. Het zandbakkenspul en wat auto’s laten we achter, de kids in het dorp kunnen het lenen bij Jeanette. Zelfs Fynn vindt het een goed idee. Jeanette en haar man brengen ons naar de grote weg en houden een kleurrijk aangeklede bus aan voor ons. Bagage op het dak en gaan. Maar niet voordat alle plaatsen weer bezet zijn. Proppen dus want werkelijk iedere passagier heeft wel een paar dozen, tassen of rijstzakken bij zich. Hopelijk blijft het droog… Het is maar een klein stukje rijden vandaag, naar Bajawa. Jeanette heeft gister voor ons de hele dag geprobeerd te bellen met de accommodatie in Bajawa, maar de lijn was slecht. Eens kijken of de reservering wel doorgekomen is. Op het busstation staat alweer een auto op ons te wachten, gratis pick-up service van Manulalu guesthouse. Mr. Henk, daar wachten ze op. Dat is dus goed gegaan. We slingeren nog een stukje verder de bergen in, het stadje Bajawa weer uit. Zeven kilometer verderop ligt dit guesthouse, vlakbij de traditionele dorpen waar we nog heen willen en met een super uitzicht. We kijken nu van de andere kan uit op die mooie Inerie vulkaan, en we zijn veel dichterbij. De accommodatie is wel weer lekker basic; geen wifi, vochtige kamer (en die ruikt dan dus ook zo) en eten bij het hotel want verder is er gewoon niks in de buurt. Het personeel loopt weg met Fynn, die krijgt hier weer genoeg aandacht. Hij is z’n kamer nog niet uit of je hoort al: “Fynn, Fyhhynn!”

Ontbijten met uitzicht op Inerie vulkaan

Het is te lopen naar Bena, het meest bezochte en bekendste traditionele Ngada dorp. Vijf kilometer. Daar hiken we ’s middags dus nog even naar toe. Onderweg weer genoeg interactie met de inwoners van de vaak simpele huisjes. Het grote toerisme is hier gewoon echt (nog) niet en dat maakt het zo echt. Ze knijpen in Fynn z’n wang of kuiten, moeten altijd even aan ‘m zitten. Gelukkig kan Fynn goed aangeven wanneer het genoeg is. Dan zet hij het op een gillen of begint als een hondje te grommen. Sneu voor die mensen soms, maar ik begrijp het helemaal. Bena is het meest bezochte dorp, maar als wij er ’s middags zijn zijn we praktisch de enige gasten. Het voelt toch een beetje ongemakkelijk om foto’s te maken. Henk hoopt op een uitnodiging om even binnen te kijken in zo’n huisje, maar ook die blijft uit. De houten huisjes met rieten dak zijn versierd met hoorns, die overblijven na het brengen van een offer. Voor die offers worden de grote platte megalithische stenen in het midden van het dorp gebruikt. Mooi ook om te zien dat graven van overleden dierbaren gewoon naast de huisjes zijn. Niet alleen hier, maar dat hebben we op het katholieke Flores ook onderweg al geregeld gezien. Het graf is vaak helemaal betegeld en het wordt ook gewoon gebruikt als tafel, stoel of de kinderen spelen erop.

Woensdag – ontspannen spieren

Via onze accommodatie regelen we vervoer en zijn we de ochtend bij de Malanage warmwaterbron. Ook hier maar weinig andere reizigers. Een stroom heet water komt samen met ijskoudwater uit een beekje. Op dat punt kun je heerlijk badderen in warm water. Soms zelfs een beetje te heet wanneer het buiten ook gewoon 30 graden is. Maar men zegt dat het goed is voor je lichaam en na die hike van gister kan ik wel wat ontspanning gebruiken. Fynn kan ’s middags mooi bijkomen van alle aandacht (in z’n bed) en wij hebben het pocketformaat ganzenbord maar eens uit de tas gehaald. Je moet toch wat zonder wifi.

Henk rijdt ’s middags nog even mee met de jongens van het hotel, die moeten iemand ophalen van de luchthaven en kunnen Henk wel even afzetten in Bajawa. Een uur later kunnen ze ‘m dan weer oppikken. Een uurtje dus om daar voor morgen een accommodatie te boeken, te kijken of hij vervoer kan regelen en om te pinnen. Moet lukken.

Donderdag – Hollandse gezelligheid

Wat is het lekker om na dagen geen wifi, ik had zelfs helemaal geen telefoonsignaal, weer even wifi te hebben. We slapen in Happy happy guesthouse. Gerund door Henk en Marie, Nederlandser kan niet. Home-made brood ’s morgens, dikke bruine boterhammen, en verse melk met chocopops en muesli. Heerlijk Hollands. Verder een goed bed, schone (kleine) kamer en een vers bakkie koffie. We speuren het internet af op zoek naar een leuke plek in de buurt van Moni. Onze laatste stop op Flores alweer. Ondertussen valt geregeld de stroom weer uit, zitten we in het donker en komt de regen met bakken uit de lucht. Een glaasje lokale Arak (40% alcohol) met lime en honing zorgt ervoor dat we de lol ervan blijven inzien. Als de stroom uitvalt is het in zo’n heel dorpje aardedonker. Gelukkig hadden we die middag al uitgebreid geluncht in het dorpje. Dus ’s avonds vallen we nog maar een keertje terug op onze vertrouwde noodles. 🙂

Vrijdag – rijden, rijden, rijden…

Het vervoer hier op Flores is altijd op tijd en vaak zelfs te vroeg. Zo moeten we geregeld nog onze laatste spullen inpakken als de chauffeur de achterklep al heeft opengezet. Vandaag de enige keer dat we met een privechauffeur reizen, we hebben een onwijs goede deal. Voor 500.000 rupiah (ca. 35 euro) worden we naar Moni (ruim 6 uur rijden) gebracht. Onze chauffeur is namelijk op weg naar huis en moet toch die kant op. En wat ben ik blij dat we met een privechauffeur reizen als Fynn na een uur zijn hele ontbijt eruit gooit. De vorige lange rit hadden we zo’n strijd en huilpartijen om het (kwart) stukje wagenziektepilletje dat ik ‘m wilde geven, dat we het nu niet gedaan hadden. Hadden we dus toch maar… Nadat Fynn en ik alle twee zijn omgekleed en de auto weer schoongemaakt is kunnen we verder. We stappen voorin de auto en ik start een soort mantra: Fynn, voor je kijken. Kijk je wel voor je Fynn? Fynn, let op de weg. En leg jij een tweejarige even uit dat het echt voor z’n eigen bestwil is. Er gebeurt om ‘m heen veel te veel. Watervalletjes, riviertjes, honden op de weg, kids die zwaaien, modderpoel waar we doorheen moeten. En onze chauffeur blijft maar sorry zeggen, terwijl hij zo netjes reed. Hij stelt voor om onderweg wat extra stops te maken, dat helpt. En zo stoppen we nog een keer op Blue stone beach, ik heb daar besloten dat ik ons huis in die tinten wil, en vullen Henk en de chauffeur de honger bij de plaatselijke visrokerij met heerlijk verse gerookte makreel. In Ende, één van de grotere plaatsen, lunchen we bij een wegrestaurant en daarna draaien we weer de bergen in richting Moni. Ik ben blij als we daar aankomen. Fynn lijkt het allemaal alweer vergeten te zijn. Rond een uur of 4 wacht Johannes van Angi Lodge ons op met de lokale Kopi Moni, koffie met gember. Henk is weer helemaal in z’n element. En onze lodge ziet er fris en brandschoon uit. Dat hebben we ook wel eens anders meegemaakt.

Onderweg stoppen we bij Blue stone beach

Zaterdag – Magisch Kelimutu

De hanen starten hier om kwart over vier, ongeveer. En dat komt goed uit. Laat het precies de tijd zijn dat we ons bed uit gaan om te zien of het helder is vandaag. Een zonsopkomst op de Kelimuti vulkaan wacht, maar alleen als het helder is. Andere reizigers die we tegenkwamen hebben van half vijf tot kwart voor acht gewacht. Als het bewolkt is zijn er geen kratermeren te zien. En daar draait het allemaal om. Ze besloten terug te gaan en hoorden later van anderen dat het om acht uur eindelijk openbrak. Daar hebben we dus geen zin in. Maar we zien sterren, dus we gaan ervoor. Een klein misverstand tussen de chauffeur en de eigenaar van onze bungalow over de tijd, maar uiteindelijk vertrekken we net op tijd. Zigzaggen naar boven, nog 14 kilometer. We doen er ruim een half uur over. Dan nog twintig minuten lopen naar de top. Maar wat dan wacht… De Bromo heeft er een zware concurrent bij als je het ons vraagt. Super! Zonsopkomst blijft iets magisch hebben. Hier geen hordes toeristen, maar slechts een paar. De zon verlicht de drie meren en laat de laatste wolken verdampen. De lokals geloven hier dat je ziel na overlijden terugkeert in een van de drie meren. Een voor de jonge zielen, een voor de ouderen en eentje, de koffiebruine, voor de slechte zielen. Door de chemie in het water, de hoeveelheid zuurstof en tal van andere factoren wisselen de meren eens in de zoveel tijd van kleur. Van rood naar blauw en weer naar bruin. Nu wij er zijn is er eentje helder blauw, die er schuin achter bijna zwart en degene die het langst op zich laat wachten is algen-groen. We kunnen niet stoppen met kijken en foto’s maken. Echt super dit! Als we terugkomen staat het ontbijtje klaar en rond elf uur duiken we alle drie nog even ons bed in.

Panorama van de Kelimutu vulkaan

Later op de dag trekt het al iets meer dicht en eind van de middag regent het weer. Netals wij bij een kleine waterval in de buurt zijn begint het. We schuilen bij een lokaal cafeetje waar Fynn zich weer uitstekend vermaakt met de lokale kids en hun kapotte speelgoed. We eten die avond bij de warung op de hoek. De dag van aankomst zijn we daar al warm voor gemaakt. De menukaart ziet er veelbelovend uit. Ze zou ook vegetarische curry met tempé kunnen maken. Jammie! Als we aankomen moet het licht nog aan, duidelijk niet helemaal voorbereid op eters. Het duurt eindeloos. En we hadden niet eens de curry besteld, want die stond dus niet op de kaart. En de tempé is op. Met lange tanden eten we het gerecht op. Voor Fynn duurt het allemaal te lang, die eet bijna niks meer. Lange dag ook als om kwart over vier de wekker al gaat. Gauw slapen dus.

Zondag – zwaai zwaai Flores

Vandaag vliegen we terug naar Bali. Klein detail: we hebben geen idee hoe laat de vlucht gaat… Oeps! Ik dacht zelf vijf uur ’s middags, Henk heeft ineens een ingeving van drie uur ’s middags. En dan is het knap lastig dat je geen internet hebt. Hoe deden we dat “vroeger”  ook alweer? Het lukt Henk uiteindelijk om gebruik te maken van iemand zijn eigen hotspot. Gewoon iemand die weer te hulp schiet en daar verder niks voor terug wil. Onze chauffeur zou ons om 11:00 uur ophalen, totdat hij gisteravond doodleuk kwam melden dat hij z’n zus eerder moet ophalen en dat we dus om half negen vertrekken. Of onze vlucht nou om 15:00 uur of om 17:00 uur gaat, half negen is wel heel erg vroeg. We gaan de discussie aan en uiteindelijk wordt het geregeld, er komt een andere chauffeur. Voor hetzelfde bedrag. Hij brengt ons naar de luchthaven. Gewoon vertrek om 11 uur. En de jongen van de hotspot? Die staan ons op de hoek uit te zwaaien. We gaan het nog missen, Flores! De vlucht gaat super, met een tussenlanding komen we begin van de avond aan op Bali. Fynn heeft van de tussenlanding niks meegekregen, die slaapt vrolijk verder.

En we kijken onze ogen uit

Nog twee nachtjes in deze fijne accommodatie, Puri Bambu, in het zuiden van Bali voordat we dinsdag naar Australië vliegen. Op naar Brisbane!

Blijf ons volgen en deel onze avonturen

7 thoughts on “Reisverslag Indonesië – wereldreis week #12

  1. Sabrine Beantwoorden

    Wat een mooie avondturen weer:) De tijd gaat snel! Veel plezier in Australië dat zal zo anders zijn! Grts Peter en Sabrine

  2. Edith | [travel.create.repeat] Beantwoorden

    Heerlijk Nyn, je maakt me nieuwsgierig naar Flores! Jeetje, nu staat Australië dus voor de deur. Gaaf joh, enjoy!!

    1. Nynke Oosterman Beantwoorden

      Flores was echt super! En nu inderdaad behoorlijk omschakelen… We gingen los in de supermarkt haha Lekker weer zelf koken!

  3. Lineke Beantwoorden

    Hey Nynke! Leuk om jullie ervaringen in Flores te lezen. Ik was er in juli vorig jaar en vind het ook heel anders dan de rest. Inderdaad nergens internet en heel lokaal vervoer. Ik heb het als alleenreizende vrouw soms wel anders beleefd dan jullie merk ik. Het eiland wordt trouwens niet voor niets het slangeneiland genoemd vanwege al die bochten. Arme Fynn, maar ook jij na die rit. Ik ga je andere verslagen nu lezen, was even achter vanwege mijn werktrip door (ook internetloos) Cuba 😉

    1. Nynke Oosterman Beantwoorden

      Leuk dat je ons zo volgt Lineke! Kan me voorstellen dat het als alleen reizende vrouw soms wel even anders was ja. Maar onwijs mooi eiland.

  4. W. Schaap Beantwoorden

    Hoi Henk, ik was nieuwsgierig geworden naar jullie belevingen op Flores. Wij zijn het merendeel van onze rondreis op dit eiland en de Sunda eilanden in de buurt. We, en zeker onze kinderen, beginnen nog meer uit te zien naar de reis. Groet, Walter

    1. Nynke Oosterman Beantwoorden

      Flores heeft ons echt verrast, wat een fantastisch mooi eiland! ‘Echt’ of ‘puur’ zijn de woorden die het beste passen denk ik. Je weet Henk te vinden mocht je tips of iets willen, toch? 🙂 Groetjes Nynke

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *