Reisverslag Canada – wereldreis week #24

De week staat in het teken van de Rocky Mountains, Canada. Bergpieken, sneeuwtoppen, gletsjers en spiegelgladde meren. We ontdekken ze te voet, maar stappen ook in een kano. Picknicken doen we aan de kant van ijsblauwe meren en we spotten onze eerste beer!

 

Maandag – Op naar de Rocky Mountains, Canada

Van Wells Gray National Park toeren we naar het volgende park: Mount Robson. Onderweg passeren we de schreeuwende billboards van River Safaris. Een uurtje op een boot de rivier af, op zoek naar beren. Moeten we dat doen? We hebben hier in Canada nog geen beren gezien namelijk… Even informeren wat de prijs is. Schrik niet: 98 dollar per persoon. Fynn is gratis. Voor die 98 dollar ben je dus een uurtje (!) op pad. Geen beergarantie. We laten het aan ons voorbij gaan, wie weet dwingen we het geluk zo wat af en zien we zelf een wilde beer. Gratis en voor niks.

Canada is inderdaad duur. We hebben namelijk gezocht en gezocht, maar niet gevonden. Een betaalbare accommodatie in Jasper, hartje Jasper National Park. En eigenlijk willen we ook het Mount Robson Provincial Park niet te kort doen. Daarom besluiten we om eerst twee nachtjes aan de westkant te slapen en vervolgens helemaal door Jasper heen te rijden en nog twee nachtjes te plannen aan de oostkant van het park. Via Airbnb hebben we in Dunster een plek gevonden bij Cathy, oma Cathy zegt Fynn. 46 euro per nacht, spotgoedkoop vergeleken bij Jasper. We treffen haar in de General Store van Dunster, waar ze ook voor de helft eigenaresse van is. De tijd heeft hier stil gestaan, een uit de hand gelopen buurtsuper, waar wel alles te krijgen is. Wel vreemd, een winkel terwijl er geen huizen, laat staan mensen in de buurt zijn. Wel een speeltuin waar Fynn natuurlijk meteen naar toe rent. Hoort bij een schooltje dat al jaren geleden is gesloten, te weinig kids. Ze geeft ons de routebeschrijving naar haar huis. Geen sleutel, de deur is open. Dat kan hier, ook omdat het huis moeilijk te vinden is. We waren er blijkbaar al een keer langs gereden. Niks gezien. “Make yourself at home” zegt ze erbij. En als wij inderdaad zonder sleutel een wildvreemd huis zijn binnengestapt (voordeur wagenwijd open), de hond hebben begroet, ons slaapkamertje hebben gevonden en in haar keuken pannenkoeken staan te bakken, komt ze thuis. Dat moet voor haar toch gek zijn. Kom je uit je werk staat er een compleet vreemd gezin in jouw keuken te koken. Ze is er al een beetje aan gewend zegt ze.

Het is een leuk en lief mens, ze vindt het heerlijk om te kletsen (DE reden volgens ons om de bovenverdieping te verhuren) en loopt met alle liefde drie keer naar zolder met Fynn om de oude Fisherprice boerderij en wat ander speelgoed van haar zoon op te halen. Zo schattig om te zien, na de eerste keer pakt Fynn gewoon haar hand vast en sleept haar bijna mee naar boven. Ze wacht op kleinkinderen, maar eerst moet er getrouwd worden. Tot die tijd slaapt zoonlief zo af en toe in de kelder, samen met z’n meissie en zijn hamster… We slapen dus op de bovendverdieping, met een balkon vanwaar we een prachtig uitzicht hebben op de sneeuwtoppen van de Rockies. Fynn ligt weer prinsheerlijk op z’n aerobed en ook wij vallen al gauw in slaap. Morgen Mount Robson verkennen.

Dinsdag – Regenachtig Mt. Robson

Het regent. En wat doe je met een peuter als het regent. Cathy heeft er over nagedacht en zelfs even met een vriendin overlegd. Terwijl ze op het punt staat om weg te gaan neemt ze alle tijd om met een plattegrond ons te wijzen op de overdekte plekken rondom en in Mount Robson Provincial Park. Nou zijn wij niet bepaald museumgangers en dus springen wij er tussen de buien door gewoon uit bij, drie keer raden, watervallen. Toch vervelen ze nooit. Vaak is er een klein wandelingetje naartoe en word je aan het eind getrakteerd op een spectaculaire waterval. De Rearguard Falls zijn ook zeker de moeite waard, net als de Overlander Falls die we daarna bezoeken. Het water wordt ook steeds een beetje blauwer, dat maakt het nog mooier. Vooral als ook de zon zich nog even laat zien. dan verandert direct de kleur van het water. Later deze week ontdekken we dat blauw pas echt blauw is als je in Banff National Park bent aangekomen.

Volgende stop is Moose Lake waar een andere Nederlander, die ons aanspreekt vanwege Reis met Kinderen wat nog steeds achter op onze auto is geschreven (in het stof), een mooie reflectiefoto heeft gemaakt. Helaas is het oppervlak van het meer door de wind niet echt glad en komen er ook weer donkere wolken aan. Dus keren we om naar het visitor centre waar je DE Mount Robson het best kan bekijken. Helaas hangt er een nu groot wolkendek overheen. En omdat we te lang zitten te kletsen met een ander Nederlands gezin in de speeltuin schiet de wandeling er bij in. Was het toch al niet echt weer voor, dus eigenlijk komt het wel goed uit. Een ijsje dan maar, daar is het altijd weer voor. 😉 En dan gauw terug naar oma Cathy. Op de terugweg zegt Fynn ineens: “ik heb een steen in mijn knie!” Een steen…? We kijken alle twee verschikt om. “Waar?” “Hier!” En hij wijst naar zijn knie. Er zit een korstje op van een eerdere glijpartij… Wat een figuur.

Woensdag – IJsschotsen en gletsjers

Rustig aan vanmorgen. Eerst even ontbijten. Muesli met verse blauwe bessen en frambozen uit eigen tuin. Dat zijn wel echt de voordelen van slapen in een Airbnb, het is allemaal zoveel persoonlijker dan in een hotel. En omdat het nog steeds regent en Cathy wat bananen over heeft die op moeten wordt er een bananencake gebakken. Fynn schuift er een stoel bij en kan zo goed helpen. Met dat kleine vingertje lepelt hij maar gelijk wat uit de kom. Helaas hebben we geen tijd meer om het eindresultaat te proeven, Jasper National Park wacht. We slapen vannacht in Hinton, aan de oostkant van het park. Deze keer weer eens een comfortabel hotel, Quality Inn & Suites. Verder was er ook praktisch niets beschikbaar. De weg naar Hinton loopt dwars door het nationale park heen dus we kunnen al gelijk wat stops maken. In downtown Jasper slaan we af naar het zuiden en passeren we toevallig een guesthouse waar een bordje ‘Vacancy’ hangt. We hebben echt alles geprobeerd om in Jasper onderdak te vinden maar zonder succes. En nu rijden we op de hoofdstraat in Jasper en zien we gelijk dit. Eens even polshoogte nemen. Een oud dametje doet open, al knikkebollend, ouderdom. We hebben wat met oudjes hier, op de een of andere manier hebben ze hun huis op de mooiste plekken en verhuren ze ook nog eens een kamer. We kunnen niet vooruit reserveren, dus mochten we hier vrijdag willen slapen dan moeten we die ochtend gewoon kijken of ze plek heeft. Jammer, was weer te mooi geweest. Nou ja, we hebben de komende twee nachten in ieder geval onderdak. No stress!

We rijden een stukje de Icefields Parkway op tot aan de Athabasca watervallen. Wat een toeristisch gebeuren gelijk zeg. Dat Jasper National Park toeristischer was wisten we wel, maar hier staan de touringcars op de parkeerplaats en is het zoeken naar een vrije plek voor het maken van een foto. Ik hoop niet dat ik iemand voor het hoofd stoot, maar waar ik echt allergisch voor ben zijn degene die, al lopend met hun Ipad op armlengte, foto’s maken. Dat er vervolgens nog een horde mensen op die foto staat en dat achter die horde een glimp van de waterval te zien is lijkt ze niet te boeien. Goed, wij hebben het hier gauw gezien dus. Op zoek naar de minder toeristische plekken van Jasper National Park. En die vinden we. Bij mount Edith Cavell waar een gletsjer ligt. Via een parallelweg van de Icefields Parkway en een slingerweggetje naar de top komen we op de parkeerplek. Veel minder auto’s en zeker geen touringcars. De wandeling naar de gletsjer is een korte klim. Super! Het is zelfs even opgehouden met regenen zodat we optimaal kunnen genieten. Ik schreef eerder al over de blauwe steentjes in Indonesië en dat ik in die kleuren best de inrichting van mijn huis zou willen. Nou deze hier komen op een goede tweede plek. En dat met het blauwe meer met witte ijsschotsen op de achtergrond, een kleurrijk geheel.

Door onze ‘van de gebaande paden af uitstapjes’ is het wel al wat laat geworden. We rijden door Jasper en zien ineens de Pizzahut. Kijk, het heeft zo moeten wezen. We krijgen net de helft op, maar dat geeft niks. Wie wat bewaart die heeft wat… Goed vooruitzicht voor morgen. De rit naar Hinton is overigens niet bepaald een straf. Het is vanaf Jasper nog een uurtje rijden, maar wat een landschap. Hinton ligt eigenlijk net buiten het park en dus is het grootste deel van de route langs spiegelgladde meren, naaldbossen en zien we overal om ons heen de bergpieken met het laatste beetje zon erop. Ja ja, want die is intussen gaan schijnen. En we spotten weer wildlife, een kudde elken dit keer (grote herten). Deze keer weer een comfortabel hotel, Quality Inn & Suites.

Donderdag – Kanoën op bergmeer

Op onze bucketlist: kanoën in Canada. We nemen de afslag naar Medicine Lake, in dit gebied is als gevolg van blikseminslag een grote brand geweest in 2015. Dat is nog goed te zien, grote stukken bos bestaan uit zwart gebladderde dennenbomen. En toch was een paar weken na de brand alweer het eerste groen te zien. Nu staan er alweer flink wat groene struiken, maar voordat het hier weer vol staat met bomen zijn we wel een aantal jaren verder. We slingeren verder naar Maligne Lake. Picknicken doen we op een steiger aan het meer en aan de overkant zien we kano’s liggen. Vandaag is de dag, laten we gaan kanoën. We zetten onze naam op de wachtlijst en nadat we in het zonnetje even hebben zitten wachten kunnen we instappen. Goedkoop is het niet, maar wel een onwijs mooie plek om in een bootje te stappen. We betalen 40 dollar per uur. Fynn tussen ons in en daar gaan we. Het is best nog wel zwaar hoor. Het ziet er altijd zo gemakkelijk en relaxed uit, maar ik voel mijn armen wel. We peddelen een heel stuk langs de kant, wie weet zien we nog wild. De sneeuwtoppen sieren de achtergrond. Fynn vindt het het eerste uur best leuk. Hij hangt met z’n hand in het water en vermaakt zich prima met zijn auto’s. Maar als hij zijn “Toeta” even moet uitdoen voor een leuke foto en papa hem per ongeluk nat spettert is het gedaan met de pret (Benieuwd naar hoe dat drama eruit zag? Volg ons ook op Instagram!). Tijd om terug te gaan. We zijn na een uur en drie kwartier terug, maar hoeven niks bij te betalen. Daar worden we blij van. Tevreden rijden we terug naar Hinton. Daar wacht een restje pizza op ons!

Vrijdag – Icefields Parkway

Ok, voor vanavond hebben we dus nog geen accommodatie… We zitten in zeg maar gerust het meest populaire stukje van de Rocky Mountains in Canada: Jasper NP. We gokken op het oude dametje in de hoofdstraat, maar als we aan komen rijden zien we een grote rode ‘NO’ voor Vacancy staan. Het zal toch niet hè? Eens even navragen of ze echt geen kamer meer heeft. Waarom denken we dat toch als er heel groot ‘NO’ staat? Ik klop aan. “What brings you here?” Nou, dat is me het welkom heten wel zeg. “Ehm, are there really no rooms left for tonight?”. “One room left” zegt ze. Ik ben er zelfs even stil van, want haar antwoord komt totaal niet overeen met wat ik verwacht had. Nou, meer dan één kamer hebben we ook niet nodig, dus dat komt even goed uit. Ze doet nog wat moeilijk over Fynn, want de douchedeur heeft kuren en dan kan ik ‘m niet in bad doen vanavond. Wat geeft dat? Fynn kan echt wel een keer overslaan hoor. Eigenlijk neemt ze geen gasten met kinderen. Ik moet praten als brugman. En dan ineens herkent het dametje me weer van eerder die week. Ze strijkt met haar hand over haar hart, we mogen de kamer hebben. We betalen vooruit, dan weet ze zeker dat we terug komen vanavond en hup daar gaan we weer.

Op naar de Icefields, ze liggen precies op de grens met Banff National Park. De weg ernaartoe, de Icefields parkway, is een van de mooiste routes ter wereld. En daar zou de wereld wel eens gelijk in kunnen hebben. Zonde om in één dag helemaal overheen te rijden en niet geregeld te kunnen stoppen. Het scheelt ook dat het zonnetje meewerkt. Mooie luchten achter witte bergtoppen en op de voorgrond een blauw meer met vooral heel veel groen eromheen. En natuurlijk maken we verschillende stops. Je denkt namelijk iedere keer dat het niet mooier zal worden. Cathy vertelde ons dat de gletsjer onwijs veel in volume is afgenomen afgelopen jaren. Dat, toen zij er als kind kwam, deze veel dichterbij de weg was. De borden op het wandelpad naar de voet van de gletsjer vertellen hetzelfde verhaal. De jaartallen die er op staan wijzen je op de plek waar toen de gletsjer nog was en waar nu alleen nog stenen en rotsen liggen. Honderden liters water stromen er onder het ijs vandaan, zo naar beneden de rivier in. Dat water vult natuurlijk al die meren hier. Ik weet niet hoelang het zal duren, maar er komt een moment dat de gletsjertours en het grote hotel met zicht-op-de-gletsjer-terras hun biezen kunnen pakken. Dan is deze ijsmassa er waarschijnlijk niet meer. Voorlopig kunnen wij er nog van genieten. Het is jammer dat je niet op de gletsjer kunt zonder een tour te boeken, het ijs aanraken doen we vandaag dus helaas niet.

We toeren terug naar Jasper. Onderweg constant onze ogen open voor beren, herten, geitjes en ander wild. Je ogen scannen constant de bessenstruiken langs de weg. Je kunt er niet mee stoppen. En vlakbij Jasper wordt ons speurwerk beloond met een zwarte beer. Op z’n gemak van de besjes aan het eten. Ze moeten hun buikje rond eten voor de winter. In de herfst, vlak voor de “winterstop” eten ze daarom 250.000 calorieën per dag. Bizar toch? Wij eten ons buikje rond aan een komkommer, een zakje wortels en noodles. Deze oma had geen keukentje. Maar dat kunnen we midden in Jasper, voor 75 dollar, misschien ook niet verwachten. Truste!

Zaterdag – Roadtrip door de Rocky’s

Fynn kan zijn energie deze ochtend kwijt in de speeltuin. We hebben niet zo’n haast vandaag, want een groot deel van de Icefields Parkway hebben we dus al gezien. Vandaag gaan we richting Banff National Park. We volgen de rivier die we ook door Jasper al volgden, maar nu stroomt hij ineens de andere kant op. De bergen bij de gletsjers zijn het hoogste punt geweest en we dalen nu dus weer langzaam. De rivier stroomt gezellig met ons mee. Onderweg worden de meren steeds blauwer, ze lokken ons voor een picknick. Naast Fynn zijn opblaasbare bed is de koelbox toch wel beste aankoop nummer 2. Alles blijft lekker koud en we nemen ‘m zo mee naar de mooiste picknickstops. Het eerste blauwe meer waar we moeten stoppen is Waterfowl Lake. Wow! Bij Bow Lake eten we een boterhammetje en dan rijden we door naar Lake Louise. De grootte van de parkeerplaats belooft niet veel goeds. Dit meer is een van de populairste plekken in Banff en het is dan ook goed druk. Je kunt hier ook een kano huren, kost maar 85 dollar per uur, een half uurtje is 75 dollar. Dan ben je waarschijnlijk net 10 meter uit de kant. Doe eens normaal! En toch dobberen er flink wat bootjes op het meer. Wij gaan voor de benenwagen.

Het is het eind van de middag, misschien moeten we halverwege de wandeling omdraaien en niet helemaal naar het eind van het meer willen lopen. Aan de andere kant, wat maakt dat half uurtje dan nog uit. En dus lopen we helemaal naar het eind. Hoe verder weg je loopt, hoe rustiger het wordt. En dan wordt het eigenlijk pas echt mooi. Lake Louise is net zo blauw als de meren die we onderweg al tegen kwamen. Smeltwater van de gletsjers veroorzaken die blauwe kleur. Het is echt bijna nep. Waarom lopen de mensen die daar aan het begin allemaal hutje mutje staan dan niet een stukje door. Dan weten ze zeker dat ze de enige op de foto zijn. Bang voor beren misschien? We nemen steeds de berenspray mee als we gaan wandelen (ok, als we er aan denken bedoel ik). Een soort van pepperspray voor als (ongewenst) je oog in oog met een beer staat. Als Fynn ziet dat we ‘m in onze tas stoppen vraagt hij zichzelf hardop af: “Staat de beer dan in brand?” Hoe komt hij daar nou bij? Ik snap niet wat hij bedoelt. “Ja, we hebben toch de brandblusser mee mama!” Ik hou zo van die kinderlogica. Natuurlijk, de berenspray ziet eruit als een brandblusser. Gelukkig hebben we ‘m nog niet nodig gehad.

Ons huisje voor vandaag ligt net na Banff, op een verouderd bungalowpark. Heel schattig, een hutje in het bos. Wel behoorlijk basic, maar van de meeste gemakken voorzien. We kunnen er in ieder geval weer ons maaltje koken.

Zondag – Wow zo blauw!

Meren genoeg hier. Lake Moraine hebben we nog niet gehad. Advies van collega’s: ga vroeg, want de weg wordt afgesloten als de parkeerplaats vol is. En dat is inderdaad het geval als wij rond 11:30 uur aankomen. Dicht! Ok, heel op tijd zijn we ook niet, maar wat is op tijd? Er staat een verkeersregelaar. Hmm, even informeren. Je weet immers nooit. “Rij maar door” zegt hij. Top! Er komen inmiddels ook alweer wat auto’s naar beneden, dus waarschijnlijk is het een soort van één eruit, één erin principe. We vinden een plekje op de parkeerplek en Lake Moraine stelt niet teleur. Het is nog blauwer dan Lake Louise. Ik vind het zelf ook wel echt mooier. De kano’s op het water lijken te zweven in het blauwe water. We wandelen weer helemaal langs de kant tot we niet verder kunnen. En dan doen we voor de leuk ook nog even de wandeling de ‘rockpile’ op. Er is een officieel pad omhoog, maar mensen denken via de boomstammen die er in het water liggen ook de voet van de rotsberg te kunnen bereiken. Zolang ze op de grote boomstammen blijven lukt dat ook, maar flink wat van hen halen natte voeten omdat de kleinere boomstammen onder water verdwijnen als ze erop gaan staan. Je kunt je gerust een poos vermaken door daarnaar te kijken. Als we naar beneden lopen wordt het donkerder en horen we het in de verte al donderen. Tijd om naar de auto te gaan. We rijden terug over de Bow Valley Parkway. De toeristische route in plaats van de snelweg. We zijn nog maar net het wildrooster over of we spotten vlak langs de weg een grizzlybeer. Yes! En we zijn de eerste die ‘m zien. We zetten de auto stil naast de beer aan de overkant van de weg. De rangers letten erop dat iedereen zijn auto veilig aan de kant zet en dat het beest de ruimte heeft. Goed dat die er zijn! En wat blijft het bijzonder om deze dieren in het echt te zien. Daar is geen Riversafari voor nodig. Het maakt de dag helemaal af!

Ons huisje ligt middenin Banff. Met heel veel pijn en moeite gevonden. Super plek! Zo één die een extra keer genoemd mag worden. We slapen in een van de cabins, sfeervol ingericht en met een keukentje. Bij het inchecken krijgen we een bus home-made granola, soort van muesli. In de koelkast staat een pak melk en er is koffie en thee. Buiten in de tuin staat niet alleen een kist met buitenspeelgoed, maar ook een tafel met zelfgemaakte koekjes en limonade. En morgenochtend staan hier de verse broodjes met boter en jam en een schaal met fruit. Heerlijk! Ik had hier graag nog een nachtje gebleven, helaas is ze na vandaag tot aan oktober volgeboekt. En terecht!

Blijf ons volgen en deel onze avonturen

One thought on “Reisverslag Canada – wereldreis week #24

  1. Lineke Beantwoorden

    Vet hoor Nynke! Superleuk om te lezen en de plaatjes zijn stuk voor stuk prachtig!!

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *