Reisverslag Canada & IJsland – wereldreis week #26

Onze laatste dagen in Canada, de eerste in IJsland. We starten met grauwe en grijze luchten, maar ze worden al gauw blauw! Net zo blauw als de meren in Canada. Die zeggen we gedag, net als het oneindig groene naaldbos. Daarvoor in de plaats komen lavavelden, geisers, zwavelgeuren en zwarte stranden. En natuurlijk nog meer watervallen. Welkom in IJsland!

Maandag – bankhangen en speurzoeken

Regen… Balen! Of niet? Regen is eigenlijk een heel goed excuus om je niet schuldig te hoeven voelen over een dag “thuis” hangen. Een dagje niets doen is geen straf in onze luxe lodge. We maken nog maar een lekkere koffie, van verse bonen. We besteden de dag nuttig en boeken vandaag alle nachten in IJsland, hoeven we daar volgende week niet meer over na te denken. Fynn duikt het warme bad in en is vandaag extra blij met de I-pad. Aan een dagje bankhangen heeft ook hij duidelijk even behoefte. Zijn concentratie is nooit langer dan 5 minuten, maar hij vermaakt zich verdacht lang met zijn grote vriend You-tube. Kijken jullie kids ook naar die super irritante You tube filmpjes zoals de surprise eggs of Ryan Toys reviews? Of de ‘enge’ spiderman filmpjes met onschuldig kinderliedje eronder? Fynn kent alle “London bridge is falling down” en “Itsy-bitsy spider” inmiddels uit zijn hoofd.

We willen die middag nog wel even op pad, wat energie kwijt. In de buurt schijnt een overdekt speeltoestel te staan, daar moeten we dus zijn met dit weer. Het is even droog, tussen de druppels door rent Fynn heen en weer. Eruit die energie. Er zijn in dit minidorpje zelfs nog andere kids waarmee hij kan spelen. Daarna maken we een kleine roadtrip, op zoek naar de waterval die we op ons kaartje zien staan, maar waar we nooit gaan komen. We rijden doodlopend pad na doodlopend pad in, allemaal natgeregende zandpaden. Spookbeelden van ons, gestrand op zo’n weggetje waar nooit iemand ons gaat vinden, vliegen door m’n hoofd. Geen bereik met onze telefoon dus geen hulplijn. “Jij wordt altijd een beetje zenuwachtig van dit soort weggetjes he?” Henk ziet het gelijk aan me. En hij heeft gelijk. Held die ik ben. We vinden gelukkig de weg terug naar de lodge, tijd voor eten.

Dinsdag – Dromen vangen in Yoho NP

We blijven vandaag in de buurt en duiken Yoho National Park in. Het weer is nog steeds erg bewolkt, maar droog. Dat scheelt al onwijs veel, kun je tenminste een wandeling maken. Op het programma vandaag? Een wandeling naar Wapta Falls, aan het begin van het park. Het pad is goed te doen, Fynn loopt zelf de 2,4 km naar de waterval. Knap hoor! Een appelsapje en mueslireepje zijn de beloning. Daar loopt toch iedereen voor? De Wapta waterval dendert over een breedte van 30 meter naar beneden. En er kan nog veel meer water door, gezien de rivierbedding die er achter ligt. Terug kruipt Fynn lekker bij papa in de rugdrager. We rijden door naar Hamilton Falls. 700 meter makkelijk wandelen, zegt het bordje. Appeltje eitje. Maar man, dat valt even tegen. Dit is echt geen 700 meter, en ook zeker niet makkelijk. We klimmen aardig. En dan valt de waterval hier ook nog eens wat tegen, het is maar een klein stroompje. Pech! We zijn natuurlijk ook al erg verwend. Al met al toch weer flink wat kilometers gemaakt vandaag. We hebben Fynn beloofd dat we na deze waterval ook op zoek gaan naar een speeltuintje. In Field, het plaatsje middenin Yoho NP, is een klein speeltuintje bij het informatiecentrum. We kunnen er net een half uurtje spelen voordat de donkere wolken nog donkerder worden. Op naar ons Dreamcatcher hostel in Golden. Onderweg wordt het ontzettend donker in de verte, terwijl bij ons nog een zonnetje schijnt. We worden getrakteerd op een super regenboog. Ik heb nog nooit zo’n regenboog gezien, een dubbele boog en beide kanten tot aan de grond. Super cadeautje om de dag mee af te sluiten!

Ons hostel is niet bepaald een backpackers hostel. Fynn rent op zijn schoentjes de zaal in en wordt gelijk gecorrigeerd. Of nou ja, wij worden gecorrigeerd. “It is a shoe-less hostel”, dat je het even weet. De keuken is spik en span, er wordt zelfs een maaltijd met meerdere gangen klaar gemaakt door iemand die er werkt. Aardappel-kokos dingetjes uit de oven, stoofvlees, groente, pasteitjes. En ik sta er naast met mijn pannetje pasta. Verschil moet er wezen. Gelukkig zijn mijn mannen snel tevreden. Ik geloof dat je het meer een woongroep kunt noemen, waar wat hostelgangers in figureren.

Fynn heeft wel weer een keer een eigen bed, maar nadat hij eerder al eens uit bed gestuiterd is proberen we er nu steeds iets voor te zetten. Deze kamer is alleen nogal minimalistisch… Geen stoel of tafeltje om ervoor te zetten. Alleen een schilderij van Budha aan de muur. Fynn roept gelijk: “he, kijk mama. Wie dat is! Budha”. Ha, handig. Die kan prima als plank tussen matras en bedframe dienen. Laat ze het maar niet zien hier. Op de website lezen we later: “Dreamcather Hostel has a ‘no shoe’ policy. Families with well-behaved children are welcome”. Misschien waren we hier met stuiterbal Fynn niet helemaal op onze plek. 😉

Woensdag – Sneeuwtoppen rond Emerald Lake

We beginnen deze dag met zon. Wat ziet de wereld er dan weer anders uit zeg. Al moet ik zeggen dat de regenboog van gister ook absoluut wat had. Onze laatste dag in Yoho National Park. We stoppen bij de natural bridge, een gat in de rotsen waar liters water doorheen storten. Wat een natuurgeweld. Fynn interesseert het echt geen bal allemaal, die is veel te druk met stenen gooien. Het is geen weer voor lange autoritten, wel voor een wandeling rondom Emerald Lake. Net zo blauw, misschien wel blauwer dan Lake Louise en Lake Moraine in Banff NP. En het grote verschil met die twee is dat je helemaal om het Emerald Lake heen kunt lopen, 5,2 km. Met waar je ook kijkt besneeuwde bergtoppen op de achtergrond. Ook hier kun je kanoën, betere prijs: 45 dollar per uur. Dus, heb je dagen “over”, een dag Yoho NP is zeker een aanrader! En veel minder toeristisch, dat is ook wel fijn. Nee, we worden niet gesponsord door Yoho. 😉

We hiken helemaal rond, Fynn deels in de rugdrager. Als er een stuk met bruggetjes en klauteren over boomwortels komt wil hij maar wat graag weer zelf lopen. Het tempo gaat gelijk omlaag, maar wat maakt het uit. We zuigen alle zon, natuur, sneeuwbergen en blauwe meren in ons op.

Vlak voordat we van Yoho NP doorrijden naar Banff NP stoppen we nog bij een van de hoogste watervallen van Canada. De Takakkaw waterval, zo’n 60 meter hoog. Vanaf de weg is hij al goed te zien, maar hoe dichterbij je komt hoe groter hij wordt. Je kunt helemaal tot onderaan de waterval komen en als je zin hebt zelfs naar boven wandelen. Wij komen tijd te kort, dus de wandeling naar de top gaat aan ons voorbij. We rijden door Banff NP heen en zien vanaf de snelweg onze laatste twee beren. Allebei lopen ze toevallig op of bij het spoor. Te ver weg voor een foto, maar het zijn zwarte beren. Onze berenteller staat inmiddels op tien! In Banff zelf leveren we de koelbox af bij het hotel waar collega Simone morgen slaapt, we doen er de beerspray bij. Ik hoop niet dat ze het nodig zal hebben, maar kopen hoeven ze het in ieder geval niet. En wij hoeven het niet weg te gooien, voelt toch beter dit. En dan zit het er echt op. We verlaten de Rocky’s en rijden door naar Calgary. Ons hotel vlakbij de luchthaven hadden we al geboekt, omdat we daar morgen de auto zouden inleveren en dan de bus naar de luchthaven van Edmonton zouden nemen. Een korte mail naar autoverhuurbedrijf Alamo en de super service van hen zorgen er echter voor dat we de auto een dag langer mogen huren en kunnen inleveren in Edmonton. Gratis, zonder extra kosten. Als goedmaker voor de eerdere autopech. We hebben al flink wat auto’s gehuurd, maar hier kan menig autoverhuurbedrijf nog een voorbeeld aan nemen. Zo hoort het! Niks geen gezeul met tassen in een bus, gewoon met onze fijne auto naar de luchthaven rijden.

Donderdag – Bye Canada, hello IJsland!

Canadezen zijn echte zoetekauwen. Dat is me na vijf weken inmiddels wel duidelijk. Het ontbijt in ons Super 8 hotel bestaat uit muffins, wafels (die je zelf ter plekke bakt) en bagels. De geur hangt door heel de hal heen, heerlijk! We hebben geen grootse plannen meer voor vandaag. Nou ja, noem het klein. We vliegen eind van de dag naar IJsland. Ons laatste avontuur van deze super trip!

Halverwege de route, in Red Deer, stoppen we even bij een speeltuintje om de laatste energie eruit te werken en dan leveren we de auto in. Dag Canada, wat was het super! We nemen het autostoeltje weer mee naar IJsland, dat kan gelukkig zonder bijkomende kosten en het scheelt ons weer wat tientjes wanneer we er voor een week niet eentje hoeven te huren. Bij de controle op het vliegveld mogen we in de priority rij, reizen met kids heeft zo z’n voordelen. Dit hebben we op meerdere luchthavens gehad, o.a. bij de eindeloze rijen die altijd bij de paspoort/visumcontroles staan. Fijn is dat hoor! We vliegen met Iceland Air, met kids heb je ook dan wat voordeeltjes. Als eerste het vliegtuig in, Fynn krijgt een rugzakje met kleurtjes en kleurboek, memoriespel en een eigen koptelefoon. Een kindermaaltijd wordt ook verzorgd. En dat terwijl er eigenlijk geen maaltijden waren inbegrepen, daar kwamen onze knorrende maagjes snel achter. Dat is dus lastig als je alle tickets een jaar geleden gekocht hebt, je hebt geen idee wat er wel en niet inbegrepen is. Geen maaltijd dus dit keer. Gelukkig hebben we nog wat in de tas en kun je wat kopen in het vliegtuig. Al is dat niet veel soeps. Henk heeft een portie curry met kip welke beter een kindermaaltijd genoemd kan worden. En ik heb als vegetariër een te saaie salade die natuurlijk nooit vult. Gelukkig is het maar zes uur vliegen.

Fynn is nog klaarwakker als we om half 7 opstijgen. Hij kan zich moeilijk vermaken vandaag in het vliegtuig, ondanks zijn ‘goodiebag’. Hij wil alles behalve stilzitten op z’n stoel of slapen. Uiteindelijk slaapt hij ongeveer 2 uurtjes en dat is gelijk alle slaaptijd voor deze nacht. We gaan 6 uur vooruit in de tijd dus als we aankomen is de nieuwe dag alweer begonnen. Wij doen dus helemaal geen oog dicht. Dat belooft wat. Zo’n nacht in het vliegtuig scheelt wel een hotelovernachting, dat is dit keer het enige voordeel. We vliegen heel noordelijk, over het noorden van Canada en Groenland. De hele vluchtroute loopt langs de rand van de grens tussen dag en nacht en dus zien we continu licht aan de horizon en een zonnetje die ondergaat en snel weer verschijnt. Zonsondergang en -opkomst tijdens dezelfde vlucht. Prachtig!

Daar gaan we! Op naar IJsland

Vrijdag – Zwavelgeur en lavavelden

Welkom in IJsland. 06:25 uur. Grauw, grijs, regen, graad of tien. Even wennen dit! We pakken de lift naar de verdieping met autoverhuurbedrijven. Henk stapt per ongeluk een verdieping te vroeg uit en de deuren gaan weer dicht. Fynn kijkt me met grote ogen aan en begint vreselijk te huilen. Met een huilend kind en een kar vol bagage stappen wij wel op de juiste verdieping uit en natuurlijk komt Henk niet veel later. “Ik was papa kwijt” snikt Fynn nog. Dat belooft wat voor als hij straks weer eens een keer zonder ons is ergens. Een half jaar lang zijn we dag en nacht samen geweest, dat is natuurlijk ook best wel heel bijzonder. Fynn weet inmiddels niet beter denk ik.

Er volgt een irritant aansmeerpraatje van meneer Budget Car rental. “De auto die u gehuurd heeft is eigenlijk wat klein voor drie personen en veel bagage, maar we kunnen een grotere auto bieden. Kost maar 12 euro per dag extra”. En: “Gaat u naar het zuiden, dan zou ik een extra verzekering afsluiten. Het waait er altijd hard en door de as van de vulkaan gebeurt het dat we soms hele auto’s moeten overspuiten. Dat wordt niet gedekt door uw verzekering. Kost u slechts 12 euro per dag.” We bedanken vriendelijk voor alles en hebben onze Ford Focus snel gevonden. En wat blijkt, het past allemaal prima in deze auto. Ik hoor de woorden van collega Wendy weer: “Altijd eerst passen, voordat je kiest voor een grotere auto”. En dat blijkt maar weer. Maar dat deze auto kleiner is dan die we in Canada hadden is een feit. Knietjes tegen het dashboard en gaan!

We zijn moe en hebben honger. Waar kun je dan beter terecht dan bij IKEA! De euro ontbijtjes kennen ze hier ook, al hebben ze het over IJslandse Kronen. Ik hou d’r van. Samen met heel bouwvakkend Reykjavik zitten wij om half 10 aan de bolletjes kaas met een eitje en onbeperkt koffie. Dit is wat we nodig hadden. En Fynn die maakt ondertussen een file met de karretjes voor het dienblad. Niemand die zich eraan stoort. Onze cottage is pas ’s middags beschikbaar, dus we toeren op ons gemak richting Selfoss. Tijd rekken voor we een powernap kunnen maken. We nemen de toeristische route, de ’42’. Tip van moeders. Dwars door lavalandschap, we sturen zo de geothermische velden in. Rook links en rechts in de velden. We stoppen bij Krýsuvík (ja, maak je borst maar nat deze laatste week. Deze namen leer je niet uit je hoofd). De geur van rotte eieren komt je tegemoet. Erop af! Ik vind dat toch wel fascinerend, dat op een aantal plekken de aardkorst dus zo dun is dat de hitte eruit ontsnapt. Pruttelende modderpoelen, omlijst door kleuren geel, groen en bruin. De grond eromheen is warm. En dan dus die lucht, pff. Neus dicht! We wandelen helemaal omhoog, niet alleen heb je daar nog meer van dit soort velden, maar ook nog eens een uitzicht over de omgeving. Goede eerste dag zo! We moeten door tot Selfoss, op zich helemaal niet zo ver rijden maar zonder slaap en met een toch nog intensief ochtendprogramma zijn we behoorlijk op. Doorrijden is gevaarlijk dus parkeren we de auto even langs de weg voor een powernap. Een half uur later rijden we door naar Gesthus Selfoss waar we lekker een eigen cottage hebben. Daar duiken we alledrie ons bed in. Henk gaat een uurtje later alweer op jacht naar boodschappen en als we alledrie weer een beetje op deze wereld zijn, maak ik een lekkere maaltijd voor mijn mannen. Daarna worden we lekker rozig in de hottub. Wat zullen wij vanavond lekker slapen.

Zaterdag – Opwarmen in hot river

Hij slaapt klokje rond, die Fynn. Half negen is hij wakker en dan kan de dag beginnen. In de hottub kreeg Henk gister de tip van de ‘hot river’. Een riviertje in de buurt die verwarmd wordt door een hotspring en waar je jezelf heerlijk in kunt onderdompelen. Geen verkeerd idee met de kou hier. Geen dure entree, geen zwembad idee. Gewoon langs de rivier omkleden en het water in. We rijden dus naar de Reykjadalur vallei, vlak buiten Selfoss. De hike ernaartoe is zo’n 3,5 kilometer omhoog met onderweg al wat pruttelende bronnen, een indrukwekkende waterval en nieuwsgierige schaapjes. Drie lagen hebben we aan maar nog zijn we behoorlijk afgekoeld als we aankomen bij de rivier. Fynn heeft helemaal blauwe lippen. Wat een gek gezicht, die mensen allemaal in zwemkleding in zo’n riviertje. Ik overleef het charmante omkleedmoment, waarbij je je in je bikini hijst met één hand omdat de ander een handdoek probeert vast te houden en Fynn vanuit het water roept: “Mam, kom nou!” waardoor er flink wat ogen mijn kant opdraaien. Maar niks teveel gezegd. Heerlijk warm water, onze lijven worden weer door en door warm. En ondertussen vermaak ik me wanneer anderen zich in zwempak proberen te hijsen… De regenwolken maken langzaam plaats voor blauwe lucht en het wordt zowaar nog zonnig ook. Jammer dat we de 3,5 kilometer ook nog terug moeten. Fynn valt in slaap in de rugdrager. Z’n hoofd stuitert alle kanten op als we afdalen.

We rijden door naar Vík, onze bestemming van vandaag. Wanneer we net in de auto zitten bedenken we dat we vanmorgen de melk en kaas vergeten zijn in de koelkast. Pech. Moeten we dus toch nog even langs de supermarkt. Het is zo’n twee uur rijden, dus prima te doen. De lucht is helemaal blauw wanneer we inchecken in ons guesthouse. Net twee weken geleden geopend, het ruikt er nog helemaal nieuw. De vrouw des huizes tovert weer een mand met auto’s tevoorschijn die van haar inmiddels 27 jaar oude zoon geweest zijn en Fynn hoor je niet meer. Wat is dat toch met al die oma’s? Wordt straks ook van ons verwacht dat we al het speelgoed 30 jaar lang op zolder neerzetten tot er wellicht ooit kleinkinderen komen? Het lijkt de normaalste zaak van de wereld, maar ik geloof niet dat ik daar aan ga beginnen hoor. We delen de keuken en badkamer met een Amerikaans/Colombiaans stel, op huwelijksreis. Zij koos de bestemming, hij google-de eens en dacht “we belanden op Mars” en zo is het hier soms inderdaad. Er groeien bijna geen bomen, dat valt pas op als je erop gaat letten. Een hobbelig landschap, hard geworden lava begroeid met mos. Zwart zand, zwart asfalt, ruige zee en als je dan ook nog donkere regenwolken treft… Gelukkig is het bij ons blauw!

Zondag – Kliffentocht op zoek naar puffins

De eerste nacht ging het goed met de jetlag, we waren gewoon te moe om wakker te liggen. Nu de tweede nacht zijn we alledrie om een uur of 11 klaarwakker. We liggen een paar uur wakker en Fynn roept steeds dat hij eruit wil. Met de auto’s spelen. Hij is niet meer moe en klaar met slapen. Uiteindelijk vallen we alledrie toch weer in slaap, tot een uur of 9. Vanuit ons guesthouse kijken we uit op het beroemde kerkje van Vík, het wit van de muren met het rode dak steekt fel af tegen de blauwe lucht. Naar buiten moeten we, heerlijk! Vanaf de parkeerplaats van het kerkje kijk je zo uit over zee. En vlak achter ons guesthouse start een wandeling de Reynisfjall op. Naar de top van een van de steile kliffen aan zee. Pittig klimmen, maar het is het waard. Wat een uitzicht! We wandelen helemaal langs de rand van de klif, worden begroet door wollige schaapjes en picknicken in het zonnetje zonder jas. Ver onder ons zien we andere toeristen op het zogenaamde ‘black beach’, een van de highlights wanneer je langs de zuidkust rijdt. En we speuren de horizon af, op zoek naar walvissen. Het Amerikaanse stel zag gister namelijk een walvis langs de kust. Helaas, wij spotten ‘m niet. Volgende keer misschien.

We hiken terug naar beneden en leggen Fynn lekker in ons bed om nog even een uurtje te slapen. En dan wacht de volgende uitdaging, we willen ‘puffins’ ofwel papegaaiduikers spotten. Het beste moment is in de ochtend of begin van de avond, dus we hebben goede hoop. We rijden naar black beach, eens van dichtbij zien waar we vanmiddag op neer keken. Grootse basaltzuilen vormen de hoge kliffen langs de kust, soms wel 60 meter hoog. Het strand bestaat uit grote donkere kiezels en echt zwart zand. Als je iets verder doorloopt wordt het rustig op het strand en zien we zelfs een zeehondje in de zee. Brr… Het waait flink en dat maakt het behoorlijk fris. Hoog in de kliffen hebben de papegaaiduikers hun nest, in een zelf gegraven gang van soms wel een meter diep. Eén ei leggen ze maar en visjes vangen ze ver op zee. Soms zijn ze een groot deel van de dag weg. Dappere beestjes! Heel hoog zie je ze “thuis” komen, je herkent ze aan de korte, snel en op neer gaande vleugels en hun rode pootjes. Maar ze zijn zo ver weg dat je ze met geen mogelijkheid op de foto krijgt. Wie weet krijgen we later nog een kans. Nu gaan we eerst lekker opwarmen en eens wat eten: Hollandse pot, aardappels met broccoli. Nog steeds een van de favoriete gerechten van Fynn. Morgen door naar het oosten, richting de gletsjers en het ijsschotsenmeer.

Blijf ons volgen en deel onze avonturen

One thought on “Reisverslag Canada & IJsland – wereldreis week #26

  1. Lineke Beantwoorden

    Dat is even een verschil in temperatuur. Ben erg benieuwd wat jullie oordeel over IJsland straks is. Geniet!

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *