Reisverslag Australië – wereldreis week #13

De week waarin we Bali uitzwaaien en echt weer aan een nieuw deel van onze reis beginnen. We verlaten Azië en keren terug naar de Westerse wereld. We beginnen in Brisbane, Australië. De week begint goed. Zon, park, speeltuin voor Fynn. Maar het is ook de week waarin Henk en Fynn grotendeels samen op pad gaan, zonder mij. Ik ben geveld door een acute tandvleesontsteking, bah! Ik kan je dan weer wel alles vertellen over onze fijne AirBnB accommodatie.

Maandag – Apenrots

We worden vandaag wakker in een heel fijne accommodatie. We moeten echt weer even omschakelen na Flores. Een zwembad, wifi, airco, roomservice. Fynn heeft zijn eerste duik gisteravond nog genomen, die kon niet wachten na twee zwembadloze weken. En vandaag doen we het nog even dunnetjes over. We maken er maar weer een klein regeldagje van, want zonder wifi hebben we weinig vooruit gepland de laatste dagen. In Brisbane vinden we uiteindelijk een op het oog fijne plek via AirBnB, we boeken er gelijk maar de eerste week. Dan moeten we nog even het visum aanvragen. Simpel, online, een E-visum. Henk doet dat gelijk na het ontbijt wel even. En het gaat voorspoedig. Fynn en ik krijgen direct akkoord, Henk hoort maar niks. Ach, binnen 24 uur zouden we wat moeten horen stond er, dus we wachten nog even af. ’s Middags rijden we na stevig onderhandelen met de taxi naar de Uluwatu rotstempel. De zonsondergang schijnt er super te zijn, dus we besluiten daar de Azië-reis in stijl af te sluiten.

Uluwatu is op een immense klif gebouwd, zo een waar de golven tientallen meters onder je flink tegenaan beuken. Inderdaad een erg mooie plek voor de zonsondergang. We zijn helaas niet de enigen met dat idee, allesbehalve romantisch dus. En de apenfamilie doet daar nog een schepje bovenop. Wie dacht dat ze in Monkeyforest brutaal waren moet hier eens heen. Niks is veilig. Zonnebrillen, gewone brillen, petjes, lipgloss, flesjes water. Wie nietsvermoedend voorbij loopt is zo z’n dure bril kwijt en ziet de rest van de vakantie niks meer. Als je snel bent en ze hebben je bril nog niet dubbel gevouwen, dan kun je met hulp van de medewerkers proberen je bril te ruilen voor een zakje nootjes. Die gooien ze dan naar de aap, die vangt het zakje en moet daardoor de bril laten vallen. Slimme beesten! Maar zo blijven ze ook brillen stelen, want wie weet krijg je daar dan wel een zakje nootjes voor terug. Nee, ik heb het niet zo op deze apen. Als de zon onder is snellen we terug naar onze taxi.

Dinsdag – Bye Baai Bali

Verduisterende gordijnen, die hebben we ook al lang niet gehad. Fynn slaapt zowaar weer een keer uit. Ook geen haan, hond of moskee die ons wekt. Nee, we worden uit onszelf wakker. In de mail nog steeds geen teken van een visumgoedkeuring. Nou is Henk z’n paspoort ooit eens gestolen en hebben we tijdens onze vorige reis naar Australië daar ook al problemen mee gehad bij de douane. Een zenuwslopende ondervraging door een douanebeambte die eruit zag als ma Flodder volgde toen. Het zou ons niet verbazen als het daar dus mee te maken heeft. Er staat gewoon een sterretje achter Henk z’n naam en dus krijgt hij niet automatisch een E-visum. We zien het al helemaal voor ons, ik straks samen met Fynn naar Australië en Henk moeten we op Bali achterlaten. Dat zal toch niet?

We schakelen mijn meest favoriete hulplijn in, collega Simone. Onze held! Ze kan een digitaal visum invoeren bij onze vluchten. Hopelijk lukt dat nog op tijd. Eer zij op kantoor is, is het bij ons al zes uur later. We vliegen ’s avonds, maar ik begin ‘m toch een beetje te knijpen. Het is inmiddels 5 uur in de middag. Over een uurtje komt onze taxi en Henk heeft nog steeds geen toestemming om naar OZ te vliegen. Via Whatsapp hebben we veelvuldig contact. Om zes uur appt ze eindelijk dat het gelukt is, ze heeft ‘m gemaild, 5 minuten voordat onze taxi naar de luchthaven arriveert. Je wil niet weten wat er dan voor gevoel door je heen gaat. Op de luchthaven gelukkig geen problemen met onze last-minute visa. We mogen boarden. Onze vlucht vertrekt, met 20 minuten vertraging, om half 10 ’s avonds. Down Under, here we come!

Wilde zee bij het strand van Jimbaran

 

Woensdag – Hello OZ

We landen in alle vroegte om half 6 op Brisbane. Meneertje Fynn heeft vier uur geslapen van de vijf-en-een-halve vlieguren. Henk zo’n 40 minuten, schat ik. En ik? Ik zo’n vier. Uur? Nee, minuten. Onrustige benen, een zwaar hoofd op m’n schoot en dus niet durven bewegen, vervelende stoelen. Nee, dit was niet mijn vlucht. Op het formuliertje dat je moet invullen voor de douane heb ik een ‘ja’ achter shells gezet. Ik heb namelijk wat souvenirtjes in m’n tas. En dus moeten we nog even langs de douane om mijn schelpenverzameling aan te geven. We weten van mijn favoriete TV-serie over de Australische douane hoe streng die zijn dus verzwijgen lijkt ons niet verstandig. En onze eerlijkheid loont. Tot mijn verbazing mogen ze mee, terug in de tas dus en op naar de taxi.

Ik heb iets tegen luchthavens. Je word er gewoon altijd opgelicht. Of je betaalt exorbitant veel voor een simpele cappuccino of de taxi rekent schandalige tarieven, zoals we in Jakarta al hadden ervaren. Dit keer is het weer raak. We moeten nog even pinnen want we hebben geen Australische dollars op zak. De ATM op een luchthaven is dan betrouwbaar zou je denken. Niets is minder waar. We pinnen 300 AUD en dat zou omgerekend €193,39 moeten zijn. Vooruit, met wat provisie €200,-. Maar nee, de volgende dag zien we op ons rekeningafschrift dat er €221,25 is afgeschreven. Bijna 15% verschil. Diefstal noem ik dat! Wie? Travelex, ‘the world’s leading foreign exchange specialist’. Ja ja, wees gewaarschuwd voor deze oplichters! (Er komt nog steeds stoom uit m’n oren). Ja, de omrekenkoers wordt wel getoond op het scherm maar als je daar om 5 uur ’s ochtends met je duffe hoofd staat weet je natuurlijk niet precies wat de laatste wisselkoers is. En je gaat er vanuit dat zo’n ATM betrouwbaarder is dan zo’n vaag wisselkantoor. Niet dus. Het ritje met de taxi naar ons verblijf in Brisbane, een dik kwartier rijden, kost ook bijna AUD 70, omgerekend zo’n €46,-. Welkom in Australië!

We hebben bij onze AirBnB geregeld dat we vroeg kunnen inchecken. Wat heet vroeg. Rond 6 uur in de ochtend staan we op de stoep. De man des huizes is dan al naar z’n werk. Via een sleutelkluis sluipen we naar binnen. Alle spullen voor een ontbijt zijn in huis dus we vallen meteen aan met koffie. Zo rond een uur of tien begint de overgeslagen nacht z’n tol te eisen en vallen we alledrie nog lekker een paar uur in slaap. Die middag doen we niets bijzonders meer. We maken kennis met het gezin van Jillian, Fynn speelt lekker in hun grote, kindvriendelijke achtertuin en we doen boodschappen. Met een karretje… in een echte supermarkt… Wieuw! In onze studio kunnen we lekker zelf koken. Eindelijk weer een Westerse maaltijd op tafel. Ook halen we vast een buskaart zodat we morgen direct op stap kunnen.

Donderdag – dagje stadspark

De bus brengt ons in een uur naar de andere kant van de stad. Het is na de vele drukke reisdagen weer tijd voor Fynn vinden wij. En dus gaan we naar een groot park met een mooie speeltuin: New farm park. Het is heerlijk weer, zonnig en een graadje of 25. En dat terwijl het hier herfst is, bijna winter zelfs. Het grote verschil met Azië is echter de vochtigheid. Daar zo’n 100%, hier nog niet de helft. Fynn leeft zich lekker uit in de speeltuin zonder dat direct het zweet van z’n hoofd gutst, zoals de afgelopen drie maanden. En wij genieten ook, vooral bij ‘the end of the road’, een sfeervol koffietentje aan de Brisbane River. De cappuccino smaakt hier bijzonder lekker na de Aziatische oploskoffie met drap. Smetje op de dag is een beginnende kiespijn die ik voel rond mijn verstandskies. Bekend gevoel want hier heb ik al eerder last van gehad thuis. Goed in de gaten houden!

Vrijdag – Het is altijd lente…

De parken zijn hier allemaal even mooi en goed onderhouden. Schoon, groot, schaduwrijk en met veel zitjes en BBQ’s. En altijd een tapje met drinkwater. Zelfs de WC’s zien er keurig uit en graffiti of vernielingen kennen ze hier blijkbaar niet en dat terwijl de toegang gratis is. Daar komen toch vaak ook hangjongeren op af. Hier dus niet. Vandaag zijn we in Whites Hill Park, dichtbij huis want ik moet vanmiddag naar de tandarts. Ik heb sinds gisteren serieus last van mijn tandvlees achter m’n verstandkies en vrees voor een ontsteking. Onze huisbaas Jillian heeft geregeld dat ik vandaag nog, voor het weekend, terecht kan bij een tandarts in de buurt. Mijn angst wordt helaas werkelijkheid. De dame kijkt snel, maar vakkundig: “Yes, it’s pretty swollen“. Een flinke ontsteking die m’n hele kaak in de greep houdt. Ik krijg antibiotica en pijnstillers voorgeschreven die Henk die middag bij het winkelcentrum ophaalt. Hopelijk slaat het snel aan.

Brisbane heeft tal van parken met speeltuin

 

 Zaterdag – Fynn & Henk in Baywatch decor

Niet dus. Ondanks de penicilline en cocktail van paracetamol (met codeïne) en ibuprofen is de pijn niet te harden. Ik blijf vandaag in bed. Henk gaat met Fynn op stap en ze pakken de bus naar South Bank. In dit mooie gebied aan de rivier, aan de overkant van het zakencentrum, is het stadsstrand van Brisbane: Streets Beach. Het is eigenlijk veel meer dan een stadsstrand. Het is een boulevard met strand (compleet met lifeguards en surfplanken), zwembad, restaurantjes en speeltuinen. Het uitzicht en de palmbomen maken het plaatje compleet. Die avond warmen de mannen een restje pasta op. Normaal eten kan ik niet want ik kan m’n mond maximaal een cm opendoen. Zelfs praten en slikken is pijnlijk. Wat rest is slapen. Dan slaat de penicilline hopelijk snel aan.

Zondag – Uitzicht over Brisbane

Helaas voor mij nog hetzelfde verhaal. En dus gaan Henk en Fynn weer samen op pad. Dit keer naar het uitzichtpunt Mount Coo-Tha. Vanaf deze berg heb je een prachtig uitzicht over de skyline van Brisbane en die is best indrukwekkend zie ik later op de foto’s. Het is zondag dus de bussen rijden minder vaak. Henk vergist zich in de tijd en zo stranden ze op weg naar de berg in het centrum. De volgende bus komt pas over een uur en dus wordt de tijd gedood op een bankje bij de City Hall op King George Square. Geen verkeerde plek om even te hangen met een ‘bakkie’ van de 7 Eleven.

Brisbane heeft ook erg leuke pleinen

 

Boven op de berg geniet Henk van het mooie uitzicht maar dat boeit Fynn allemaal niet zo. Gelukkig zijn er veel oplopende en aflopende paadjes dus Fynn kan ook lekker z’n energie kwijt. Uitgeteld komt hij later die middag thuis. Met koek heeft Henk ‘m wakker gehouden in de bus en eenmaal thuis stort hij in. Lekker even bijslapen. En met mij gaat het nog niet veel beter. Als het morgen nog steeds zo erg is, dan maar opnieuw naar de tandarts.

Uitzicht over Brisbane vanaf Mount Coo-Tha

 

Op het moment van schrijven gaat het gelukkig iets beter. Maar niet zonder een vracht extra medicijnen. Vandaag (dinsdag) ben ik voor het eerst weer op pad geweest. Een en ander heeft wel invloed op ons programma maar dat lees je volgende week.

Blijf ons volgen en deel onze avonturen

2 thoughts on “Reisverslag Australië – wereldreis week #13

  1. Sabrine Beantwoorden

    Heel veel beterschap! Hoop dat de medicijnen aanslaan en anders dat ze je goed kunnen behandelen. Je bent iig in het goede land:) de buurtjes

    1. Nynke Oosterman Beantwoorden

      Je bent een van onze trouwe volgers buuf! Leuk. Alles nog rustig in ons straatje?

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *